Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



‘Ik wil immers dadelijk doorgaan voor Middelbaar Staatsinrichting, - net een mooi bijwerkje als ik die kantoorbaan bij de Be-stuurdersbond krijg.’ Henri had opgewekt geknikt, hij was een beetje trots op Mark, die zo zeker zijn weg wist en toch zijn vriend wilde zijn.

Hij wist dat hijzelf een slechte kans maakte. Dom was hij niet, zeiden de leraren maar hij had geen interesse en geen geheugen. Mijnheer Godschalk was na het laatste rapport gaan informeren bij de directeur en was ontevreden naar huis gekomen hoewel niet geheel hopeloos. Hij bracht de boodschap dat er nog best een kans zou zijn als Henri nu eens eindelijk steady ging werken. Bijlessen konden niet helpen, - hij was eigenlijk in alle vakken een zwakke leerling, - maar toch nog lang geen wanhopig geval.

Nu had hij dus al deze dagen boven op het kamertje gezeten voor zijn stapels boeken en schriften en had nu dit, dan dat ingezien. Angstig en systeemloos had hij telkens naar andere boeken gegrepen, tevoren reeds zeker, dat hij niet in staat zou zijn zich dat wat hij zo hardnekkig overlas, te herinneren als ernaar zou worden gevraagd. Soms las hij hardop, hopende dat tenminste de klank der woorden zou blijven hangen, maar als hij dan na een halve bladzijde trachtte te memoren, bleek dat geen enkel geluid meer naklonk in zijn oren. Langzamerhand voelden zijn hersens zich volgestopt met watten, soms viel het boek weg naar de vloer zonder dat hij het tegenhield. Dan legde hij zijn hoofd op zijn armen en bleef zo minutenlang vooroverliggen tegen zijn tafel terwijl hij de doffe angst in zijn hart onderging. Als het ergste voorbij was en hij weer rechtop zat, moest hij zich geweld doen om een ander boek te nemen. Soms ook stond hij op en drukte zijn voorhoofd tegen de koele ruiten, die vol kleine doffe plekjes raakten, en een enkele maal greep hij schichtig naar de map waarin hij zijn tekeningen bewaarde. Hij had ze nog nooit zo liefgehad, als in deze dagen, nu hij er eigenlijk niet naar mocht kijken.

En toen, de laatste avond voor zijn examen, kon hij niet langer. De avond was te heet en zijn hersens deden niet meer mee.

Hij stond op en ruimde de boeken weg. Hij stapelde de schriften en schoof ze naar achteren op het schrijftafeltje, nam de kleerschuier en borstelde het groene laken glad. Toen schonk hij water in de lampetkom, duwde zijn gezicht plat tegen de bodem, en bleef zo lang mogelijk vooroverliggen onder het zachte koele watervlak. Hij waste ook zijn handen. En toen nam hij uit een lade zijn pas-teldoos, die hij in drie weken niet in zijn handen had gehad. Hij had ze kunnen kussen, zijn handen streken over het hout. Hij had lang moeten sparen voor deze doos, het was de eerste waarin hij

227

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.