Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



te hem nerveus.

Hij had zijn leven lang getracht zich met zijn verstand in evenwicht te houden tussen alle onzekerheden om hem heen en hij zocht ook nu naar een verklaring voor Julie’s veranderende houding. Hij kon zich niet ontveinzen dat de jeugd van zijn vrouw triomfantelijk terugkeerde. Hij zag dat haar lippen losser werden en dat haar wangen opnieuw kuiltjes toonden als ze lachte, ja hij was zelfs niet zeker of die kuiltjes niet altijd aanwezig waren geweest en hij ze alleen had gemist omdat zijn jonge vrouw niet meer gelachen had. Nu hoorde hij soms weer het korte, klokkende meisjeslachje, dat hem vroeger in Parijs zo weerloos verliefd had gemaakt, hij durfde zijn oren niet geloven. Maar al spoedig bemerkte hij dat dit lachje niet voor hem was bestemd, - in zijn slaapkamer bleef de stilte even dof en drukkend. Het klonk alleen als ook anderen aanwezig waren en vooral als ze samen met Henri gekheid maakte boven de platen uit de leesportefeuille of zomaar wat met hem stoeide.

Ze stoeide nu dikwijls en plagend met de grote stiefzoon. Maurice Godschalk glimlachte zelfs wel mee bij het jong gerucht en verwonderde zich alleen dat ze zo plotseling stil kon worden als Henri weer eens de kamer had verlaten na een gemakkelijke mannenoverwinning op haar speelse aanvalletjes. Dan ging ze soms afwezig haar bloemvazen verzorgen of voor de zoveelste maal het reeds keurig opgekamde hondje borstelen, terwijl ze de aanwezigheid van de echtgenoot volkomen over het hoofd scheen te zien. Er was een melodietje uit een van haar vroegere chansons, dat telkens naar haar lippen kwam als haar handen zo dromerig bezig-waren, - een wat lichtzinnig Frans refrein: ‘pourquoi pas, pour-quoi pas, puisque j’ai envie de ga!’ Mijnheer Godschalk had het eenmaal meegeneuried, toen echter had ze plotseling verwonderd opgekeken en was haastig de kamer uitgegaan.

Hij trachtte zich rekenschap te geven van wat hij met eigen ogen voor zich zag: de nieuwe bloei van zijn jonge vrouw.

‘Heeft ze een amant?’ vroeg hij zich af. Het was het eerste wat hij moest denken, want zijn geoefend wantrouwen herkende de gelukkige zinnelijkheid, die het verstrakte masker van de banaal-gehuwde vrouw doorbreekt zodra ze haar fatsoen durft loslaten, -hij was zelf in zijn jeugd eenmaal oorzaak geweest van een dergelijke doorbraak.

Hij verscherpte zijn toezicht op haar gedrag, er was geen enkele aanwijzing. De avonden bracht ze thuis met hem door, in de middagen was ze wel vaak van huis, maar nooit kwam ze terug met die gloed in haar ogen waarnaar hij zo angstig speurde. Manne

223

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.