Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



donker, zo had hij ze nog nooit gezien. Er was iets in de ogen waardoor plotseling een plechtig boekenwoord betekenis kreeg: passie. Julie haalde diep adem en ontmoette Henri’s vragende blik.

‘C’est Possart qui joue le mari, n’est ce pas?’

‘Ja,’ zei Henri, ‘hij is de koning.’

‘Quel démon!’ Ze rilde. Toen dook ze weer achteruit in haar fauteuil.

De grote liefdesscène doorleefden ze intens gespannen, roerloos naast elkander zonder te weten van elkaar. Even ontglipte Julie een kreetje, als een gejaagde vogel; toen bleef ze stil. Ze zat zo onbeweeglijk, dat Henri een ogenblik terugkeerde van het toneelgebeu-ren en haar van terzij aanzag, - en opnieuw schrikte hij, vreemd en hevig, van haar intense ogen. Maar het volgende moment werd hijzelf weer weggetrokken naar het spel. Al zijn jong medelijden en zijn romantische verbeelding gingen uit naar de smartelijke liefdesstrijd tussen de beklagenswaardige prins en zijn moeder-ge-liefde. De diepere zin van het drama, - de worsteling om vrijheid, om gewetensvrijheid, om elke vrijheid, - ontging hem evenzeer als Julie - de lange geestdriftige monoloog van de markies Posa was hem niet anders dan een nutteloze onderbreking van het dramatisch gebeuren. Toen de lichtkronen aanflitsten voor de grote pauze, zagen ze elkaar ontwaken met vochtige ogen. Daarna glimlachten ze elkander toe. Er was nu geen leeftijdsverschil meer tussen hen, ze kwamen terug uit een andere wereld waarin zulk verschil niet bestaat.

De mensen om hen heen waren opgestaan, men drong naar de foyer. Ze bleven zitten. Henri voelde zijn knieën zwaar en loom. Julie tipte met een kanten doekje langs haar ogen, toen daalde haar hand en lag trillend tegen de roodfluwelen armleuning.

‘Ah les malheureux,’ zei ze. ‘Ce Possart est sublime. Comme il les torture, - mon Dieu, - c’est le diable en personne.’

‘Hij is zelf toch ook ongelukkig,’ zei Henri. Hij kreeg wonderlij-kerwijs, nu hij nadacht, ook veel medelijden met Philips.

‘On ne peut être heureux en faisant le malheur des autres!’ Julie wierp haar hoofdje achteruit, haar hand kneep het kanten doekje ineen tot een vochtig vodje.

Henri keek schuw op haar neer. Ze had luider gesproken dan hij van haar verwachtte op een publieke plaats, ze was zeker erg opgewonden. Met een zacht drukje legde hij zijn hand kalmerend over de hare, het was vreemd, dat hij zich haar meerdere voelen moest. Maar hij begreep natuurlijk wel waarom ze niet kalm kon zijn, hij had, samen met haar, te vaak geleden onder het zwartgallig regime van zijn vader.

221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.