Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



losheid, glimlachte vaag genietend alsof ze de lente rook en proefde. Er was geen man die voorbijging zonder haar te zien, maar ze reageerde nu evenmin op hun blikken als bij andere gelegenheden. Henri opende de deur van de deftige tailor en liet haar voorgaan. Een bediende schoot op hen af. ‘Is mijnheer zelf vrij?’ vroeg Julie. De bediende schoof gordijnen opzij en liet hen in een klein kabinet, daar verzorgde hij Julie tot ze zat in een leren causeuse met een voetkussen, dat ze meteen opzijschoof met de punt van haar schoentje. Henri wees hij uitnodigend op een zware taboeret.

De jongen bleef staan en keek om zich heen. Keurig ingelijste herenmodeplaten hingen in rijen langs de bruin bespannen wand, het waren deftige platen. Al de mannen vertoonden hetzelfde type, de geïdealiseerde West-End Engelsman, met een glad gezicht, te brede schouders en onwaarschijnlijk smalle heupen. Henri schoof het gezicht van Jacob Glaans onder de grijze cilinderhoed van een renstaleigenaar en beleefde een aangenaam moment, toen riep hij zichzelf terug en zette zich neer op zijn taboeret.

De chef kwam, boog, en vroeg met weinig woorden. Hij nam de maat en liet stoffen tonen, Julie overwoog en bestelde. Henri interesseerde zich tenslotte toch voor de uitgezóchte zachtwollen stof, - het was prettig om er overheen te strijken, maar de kleur kon natuurlijk niet anders zijn dan zwart.

‘Dit moet het wezen,’ wees Julie en legde de lap nog even los over Henri’s schouder, ‘waf is de prijs?’

De correcte chef trok een zakboekje uit zijn zak en cijferde.

‘Negentig gulden, mevrouw.’

Julie’s wimpers trilden. Mijnheer Godschalk had een limiet van zestig gesteld en hij was secuur in geldzaken.

‘Dat is dezelfde prijs als de kostuums van mijn man!’ zei ze en fronste haar wenkbrauwen. Ze had een nerveuze afkeer van commerciële onderhandelingen.

‘Dat komt uit, mevrouw.’ De kleermaker glimlachte. ‘Dit is immers ook een volslagen herenkostuum. Ik geloof dat de schou-dermaat nog breder is dan die van mijnheer, - ik zou het kunnen nazien.’

‘Neen, neen,’ weerde Julie af. Uit haar lage stoel keek ze omhoog naar Henri; het was zo en eigenlijk wist ze het ook wel, - hij was al forser en langer dan zijn vader. Op hetzelfde ogenblik zag ze ook dat hij geen jongen meer was, - daar voor haar stond een jonge man. Een lange, donkere, wat onbeholpen jonge man, nog niet verlost uit zichzelf, zijn trekken nog vaag van het jeugdig onbegrip dat heel jonge mannen zo roerend maakt in het oog van een wetende vrouw. Maar ontwijfelbaar een man.

216

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.