Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



volkomen onbedreigde spoordijken, met scherpe patronen in de gordel en verbandpakjes in hun borstzak. De kiesgerechtigde betere standen en de grote pers waren hun angst al lang kwijtgeraakt en schreeuwden voortdurend harder en ophitsender om wraak voor de vernederende januaridagen. De sociaaldemocratische leiders voelden zich in de val, - ze hadden het wapen van de algemene staking aanvaard, maar wisten dat ze er zich onder de gegeven omstandigheden onherroepelijk aan moesten verwonden als ze het gebruikten en zochten dus krampachtig te ontkomen aan de noodzakelijkheid. Het rode arbeidersvolk wist alleen dat zojuist een staking was gewonnen en wilde verder, maar de bijeenkomsten van het Comité van Verweer ontbeerden elke eenstemmigheid.

En toch hoopte al wat revolutionair dacht of voelde in Amsterdam nog op een wonder, zelfs, diep in hun hart, de sociaal-demo-craten.

Ook Henri hoopte, tegen beter weten in. Hij had nog altijd zijn geloof in de kracht en de macht van de massa, - hij had nooit kunnen vergeten wat hij had gezien in zijn prille jeugd: de stormloop van een donkere menigte waarboven rode vlaggen vliegen. Toen liad hij een kort ogenblik de springvloed van het opstandige volk zien rijzen en hij kon deze herinnering evenmin kwijtworden als hij kon vergeten hce hij de Noordzee onder een loeiende zuidwester had zien opschuimen tegen de duinrand.

‘Wat gaan jullie doen als jullie de staking winnen?’ vroeg hij Mark. Die glimlachte bitter. ‘Als we de staking winnen, hebben we al precies alles gedaan wat er te doen was. Dan hebben we de soldaten al mee en dan is het de dag na de revolutie. Maar die beleven we niet, want de staking mislukt omdat de christelijken en de roomsen niet meedoen.’

‘Waarom beginnen jullie dan in godsnaam?’ vroeg Henri.

‘Omdat de vrijen het verraad zouden noemen als we ons nu terugtrokken.’

‘Dus jullie gaan alleen staken uit angst voor wat de vrijen zullen zeggen? Dan moet het toch zo al mislopen!’

‘Godallemachtig, klets toch niet!’ schreeuwde Mark. ‘Je praat als een klein kind. Je hebt geen politiek benul voor zó groot!’

Henri glimlachte een beetje weemoedig. Nu had ook Mark zijn argumenten afgedaan op dezelfde wijze als zijn vader het deed: ‘je praat als een kind’. Hij kon zich dat wel niet helemaal diep en pijnlijk aantrekken, want altijd kwamen tegelijk de woorden van de huisknecht Mousje terug: ‘kinderen en gekken zeggen de waarheid’. Maar het werd steeds moeilijker om tegen anderen te zeggen wat hij dacht, als niemand hem een ernstig antwoord waardig

212

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.