moet meedoen aan de algemene werkstaking omdat ze anders geheel bij de arbeiders uit de gunst raakt’.
‘Het is om te huilen,’ klaagde Mark, ‘nu zie je hoe weinig die man te vertrouwen is. En daar moeten we nu mee samenwerken!’ ‘Hoor eens,’ zei Henri, ‘onlangs heeft een van jullie geschreven over, “die oude predikant met zijn martelaarsharen’Y ‘Dat zijn maar persoonlijke uitlatingen,’ weerde Mark koeltjes af. ‘Die zijn niet interessant.’
Henri zweeg, hij zweeg meestal als Mark zijn argumenten op deze intellectuele meerderheidstoon beantwoordde, theoretisch was hij absoluut niet tegen Mark opgewassen. Maar innerlijk was hij overtuigd, dat er tussen mensen en groeperingen van mensen nog andere, subtieler relaties moesten zijn, dan die zich lieten vastleggen in geformuleerde theorieën. Hij kon Mark nooit tegenspreken maar ook nooit gelijkgeven.
En toch wilde hij zo graag en helder weten waarom de wereld nu juist aan het groeien was zoals ze groeide. Hij zag inderdaad duidelijk genoeg, dat de groei van opinies, bewegingen en toestanden naar groter vrijheid en doelmatigheid, werd tegengehouden door de bezitters en gestimuleerd door het werkende volk. Maar hij kon niet begrijpen waar het verschil van inzicht lag, dat een zo hoge wal van vijandigheid opwierp tussen de strijdende arbeidersgroepen onderling.
‘Wat is nu toch precies het verschil tussen jullie en de vrijen?’ vroeg Henri, toen hij een keer naast Mark Zadoks op de familie-canapé in de Muiderstraat zat.
‘Godallemachtig, wat het anarchisme is, weet je nu toch!’ zei Mark kregelig; hij begon kregelig te worden in deze tijd. ‘Ik heb je toch Kropotkine laten lezen, - nou en wat de sociaal-democraten willen dat kon je langzamerhand ook wel weten.’
Henri fronste zijn wenkbrauwen. ‘Och, zo bedoel ik het ook niet, ik bedoel het echte verschil. Waarom komt de ene arbeider bij Do-mela en de andere bij jullie, nog eer ze iets hebben gehoord van een theorie?’
‘O,’ zei Mark, ‘is het dat? Nou, dat is gemakkelijk genoeg gezegd. Bij ons komen de mensen die voelen, dat ze iets willen weten en de vrijen krijgen de lui die alleen weten dat ze iets voelen. Ben je nu tevreden?’
Henri was niet tevreden, maar wist ook niet hoe hij verder vragen moest.
De weken volgden elkaar op. Mark werd moedelozer en humeuri-ger, er gebeurde niets. De soldaten patrouilleerden kleumend langs
211