ter, Pothuis en Van Erkel. De Amsterdamse arbeiders vierden voor een korte tijd een onwaarschijnlijk heerlijk verbroederingsfeest, -een lach van geluk en enthousiasme lag over de menigten die de zalen vulden.
Mark Zadoks droeg die glimlach dagenlang mee door de verdovend vervelende schooltijden waarin hij niets nieuws meer kon leren. Hij las achter de klep van zijn lessenaar pamfletten en brochures, polemische hoofdartikelen van Troelstra in Het Volk, de hooghartige antwoorden van De Savornin Lohman in zijn ‘graven-en-baronnen-orgaan’ De Nederlander, en de melodramatisch galmende zinnen van dr. Kuyper in De Standaard.
Iedere dag wachtte hij Henri op met ander nieuws. ‘Er is een Comité van Verweer opgericht tegen de Dwangwetten, Frederik van Eeden is ook erbij.’ - ‘De drankbestrijders hebben geprotesteerd, dat er borrels worden geschonken aan de soldaten.’ - ‘Op de Korenbeurs is gezegd dat burgemeester Van Leeuwen een lor en een prul is, “hij had een paar kogels onder dat tuig moeten jagen, dan waren ze weer naar hun werk gegaan!”’ Mark citeerde grimmig de korenbourgeois.
Henri twijfelde geen ogenblik of de beursheer dit kon hebben gezegd, - zijn vader zei dagelijks hetzelfde. Er was een venijnige genoegdoening in mijnheer Godschalks stem toen hij voorlas: ‘De regering kan niet toestaan dat de vitale belangen des volks door drijvers worden geschaad’.
‘Opgeruimd moeten ze worden, met z’n allen. Bij mekaar op een eilandje, al de heren, en een paar torpedobootjes om te zorgen dat ze er opblijven. Dan kunnen ze daar hun toekomst-maatschappijtje stichten, - hebben wij rust. Waarachtig, - als ik Kuyper was...’ Mijnheer Godschalk had telkens andere visioenen omtrent dat wat hij zou doen als hij Kuyper was. Ze varieerden, al naar zijn stemmingen, van eenzame opsluiting der rustverstoorders tot hun bloedige tortuur en uitroeiing.
Maar dr. Abram Kuyper, die de wetgevende machine in gang had gezet, vermeed voorzichtig al te drastische methoden. Hij kon zijn tijd afwachten, gesteund door de instemming van allen die iets bezaten of bevalen in Nederland en steunend op de onderlinge verschillen der arbeidersleiders, die zelfs in deze tijd niet geheel overbrugd bleken.
Mark kwam verdrietig aandragen met een hoofdartikel van Dome-la Nieuwenhuis en las voor: ‘De sociaal-democraten hebben steeds geschreven: het staak-maar-raakstelsel moet worden tegengegaan. Nu juichen zij die “anarchistische onzin” toe. O, die grappenmakers, ze menen te schuiven en ze worden geschoven. De S.D.A.P.
210