Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



tuigd, - nu is alles bezet door de mariniers. Hoe kom ik daar iets van te weten?’

‘Ken je niemand die aan de haven werkt?’

‘Verdraaid, ja!’ glunderde Mark, ‘natuurlijk, die ome van Mietje Glaans. Daar gaan we heen. ’t Is wel een vrije, maar dat komt er nu niet meer opaan. Hoe bedenk ik dat nou pas?’

De bootwerker was niet thuis. ‘Hij is naar de kaai,* zei Mietjes opoe, ‘hij is van gistermiddag niet thuis geweest. Ze kwam het houten trapje af en wees vaag in de richting van de Gelderseka-de. ‘Ik heb hem nogal gewaarschouwd maar een man van dertig hou je niet an een touwtje.’ Henri zag dat het ouwe mensje vriendelijke maar zorgelijke ogen had. - ‘Hij kan toch al zo slecht zijn handen thuishouwen,’ zei ze, ‘en nou met al dat militair... afijn, wat doe je als vrouw?’ Ze klom weer omhoog in het trapgat. ‘Loop om zeven uur nog maar es an, misschien komt hij broodetèn!’ riep ze van boven, alleen haar zwartsatinetten pantoffels waren nog te zien. De jongens trokken de deur toe.

Ze liepen langs de Gelderseka naar ‘Het Volk’, de dagbladdrakkerij in het antieke perceeltje, waar de oude balken met moeite een drukpers droegen. Mark ging naar binnen door de expeditie, maar daar heerste een zo razende haast, dat hij geen enkel antwoord kon loswerken.

‘Opzij Zadoks!’ Een zware, joviale expediteur duwde hen met zijn elleboog uit de weg als waren ze veertjes.

‘Ik blijf hier niet, ik heb hier niets te maken,’ zei Henri. ‘Nou tot ziens dan!’ riep Mark en verdween door een binnendeur. Maar twee minuten later kwam hij Henri weer achterop. ‘Je hebt eigenlijk gelijk, we moeten niet in de weg lopen, - ze hebben daarboven een conferentie. - God ja, maar ’t is zo verdomd moeilijk als je voelt dat je erbij hoort en je weet niets en je kan niets doen. -Weet je wat? We gaan zelf naar de Eilanden. Misschien hoor ik iets dat ze nog kunnen gebruiken voor de krant.

‘Ik ga maar terug,’ zei Henri, ‘ze eten thuis om half zes.’

Maar om zeven uur ging hij naar de Glaansen. Het was het uur van zijn dansles, dat kwam mooi uit. Het verwonderde hem niet dat Mark al boven zat. Mietje schonk hem juist een kop koffie in en Henri voelde een beetje beschaamd, dat hij toch jaloers was. Maar hij zag ook, dat Mietje blijde ogen kreeg omdat hij binnenkwam, toen zakte het ontstemde gevoel meteen weer weg.

Hij zei iedereen beleefd goededag, de oude Glaans, die in een helderblauw boezeroen achter de kachel zat, het kwieke opoetje, Bet,

206

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.