Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



De volgende morgen bleef Mark Zadoks helemaal weg. Henri berichtte opnieuw. ‘Mijnheer Zadoks laat zeggen dat Mark keelpijn heeft.’

‘Hij moet een briefje meegeven,’ zei de leraar. Henri zei dat hij de boodschap zou overbrengen, hij had al bedacht dat de oude Zadoks wel geen gewetensbezwaren zou hebben om een dergelijk attest af te geven.

Die zaterdagmiddag om twee uur kwam Mark boven op Henri’s kamer, moe maar nog altijd gelukkig. Hij liet zich neer op de bedrand.

‘Die ouweheer van jou is ook een vrindelijke mos!’ zei hij, ‘die groet niet eens terug als je je hoed afneemt. Afijn, moet hij weten. Zullen we een beetje lopen?’

‘Heb je nog niet genoeg gelopen?’ vroeg Henri en keek naar Marks stoffige schoenen.

‘Nee,’ zei Mark, ‘ik zou wel de hele dag op mijn benen willen blijven, ik heb gewoonweg de pest in dat ik niet overal tegelijk kan zijn.’

‘Heb je wat gezien?’ vroeg Henri. Marks mond werd een brede grijns.

‘Of ik wat gezien heb? Genoeg om mijn leven lang lol van te hebben. Gisterenmiddag hè, - ik ging dan naar het station. “Alleen reizigers naar binnen,” zei de smeris, - nou ik kocht een kaartje Halfweg, kan ik nog betalen. O man, ik heb me een beroerte gelachen daar op dat perron, - een chef en een onderchef waren aan het rangeren, twee wissels hebben ze stukgereden, toen zijn ze maar weer naar hun kantoortje gewandeld. Vanmorgen was ik aan het W.P. - om negen uur stond de harmonikatrein voor Frankfort klaar en toen ik om één uur ging kijken, stond hij er nog. Alles doet mee, de hele boel ligt plat. ’t Gaat manjefiek!’ ‘Maar ze zeggen dat er zoveel militairen komen,’ twijfelde Henri. ‘Als er militairen komen, gooien ze hun geweren neer,’ beloofde Mark. ‘Zoiets als je nu ziet, is er nog nooit geweest, dat steekt alles aan. De mensen hebben het geloof, zie je.’

‘Ja,’ zei Henri deemoedig. Hij wilde erg graag aannemen dat het waar was wat Mark berichtte, het was zo’n heerlijke gedachte dat de mensen nu samen zouden gaan werken voor elkander. Ondanks zijn politieke onverschilligheid, vond hij het een onzinnige instelling, dat de arbeiders pootaan moesten spelen ten behoeve van aandeelhouders, die alleen tweemaal per jaar een couponschaar hanteerden. Hij wilde wel heel graag geloven dat een rechtvaardiger wereld ophanden was.

Mark was opgestaan. ‘Ga mee,’ zei hij. ‘We lopen eerst naar het

204

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.