Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



klein drukje en keek dan weer voor zich uit. De man merkte niets, toen stond ze op, schoof zich naast een ander en stak haar arm door een andere arm. Mark glimlachte wetend en haalde zijn schouders op.

‘Vrouwen blijven vrouwen!’ zei hij met zijn volwassen stem. ‘Ga maar mee. - God jong, als ik centen had voor de vertering zat ik hier iedere avond, - hier zit de hele Amsterdamse Partijleiding.’ ‘Ik had je waarachtig wel wat mogen presenteren!’ zei Henri geschrokken. ‘Wil je geld? Dan kan je morgenavond gaan.’

‘Nee,’ zei Mark, ‘ik hou niet van cadeautjes. Geduld, - ik kom toch wel waar ik wezen moet. En gauwer dan ze denken.’ Hij sloot zijn kaken opeen.

‘Maar je bent net even lid van de Partij,’ waagde Henri te zeggen. ‘Je bent pas achttien.’ En dadelijk voelde hij zelf dat dit bijzaak was, Mark was onbetwistbaar volwassen. Ook herinnerde hij zich weer dat Mark op zijn tiende jaar een staking had helpen winnen. Dus ging hij schuchter verder:

‘Ik begrijp nooit waarom jij je zo verantwoordelijk voelt voor de maatschappij. Die heb jij toch niet zo gemaakt!’

Mark zocht in het gezicht van zijn vriend met een verholen lachje. ‘Dat moet jij zeggen! Jij hebt ook de mensen niet gemaakt, maar toch pieker je over jezelf en de anderen als een filosoof van tachtig.’

Het was waar. Henri wist dat hij al denkrimpels in zijn voorhoofd had, hij was juist bezig aan een zelfportret in conté.

‘Wij zijn joden, zie je,’ zei Mark. ‘Joden zijn, geloof ik, nooit gewoon jong zoals andere mensen, ze moeten meer nadenken. Misschien zijn ze toch wel uitverkoren.’

Henri liet Mark Zadoks achter voor de dichte winkeldeur en stapte toen een beetje door de lege, rechte Jodenbreestraat, zijn ogen waren gericht op de spits van de Zuidertoren, die hoog en zwart opsteeg tegen een lichte nachthemel. Onderwijl trachtte hij zich van binnen een weg te banen door al de indrukken, die hij die avond had opgedaan. Maar het lukte niet en al spoedig gaf hij op met een vermoeide zucht.

Toen kwam hij langs het slapend staande huis waarbinnen Rem-brandt had gewoond. En opeens zag hij al de mensen en de dingen die hem die avond waren getoond in één flits, en zag meteen dat Rembrandt nooit verlangd zou hebben iets van dit alles te schilderen, het was niet belangrijk genoeg. Meteen zakte de ganse woelende wirwar van beelden weg uit zijn hersens, er bleef niets achter. Hij stond stil en voelde zich ademen. Toen kwam plotseling het

190

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.