Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



Ze gingen langs de Weesperzijde en lieten zich door een pontjes-man overzetten naar de Amsteldijk.. Het duurde even eer hij zin had om iets te zeggen. Dat hoefde ook niet want Mark praatte alweer, - hij vertelde van Penaat en Eisenloeffel en de nieuwe binnenhuiskunst en scheen merkwaardigerwijs toch een beetje trots dat hij nu in de befaamde zitkamer van de Koppens was geweest. ‘Zo iets zie je niet iedere dag,’ zei hij.

‘Begrijp jij dat iemand tegelijk kan kijken naar die mooie meubels en die vazen en naar die “aardappeleters”?’

Mark Zadoks keek op. ‘Hoe bedoel je?’

Maar Henri had zelf al het antwoord gevonden. ‘Ik begrijp het al/ zei hij, ‘ze hebben die prent immers in de gang gehangen!’

De jongens wandelden langs de Amstelkant waar het licht wegzakte achter de nevelige einder, een witte damp steeg boven de weiden, ze werden wazig. Boven de Omval dreef een wit maansikkeltje als een ver gondeltje in de opalen lucht, telkens oversluierd door de lange doorschijnende wolkslierten.

Marks gezicht was vager in dit avonduur, de vaste vleescontouren werden tweedimensionaal en voor het eerst bedacht Henri, dat hij Mark misschien toch wel eens zou kunnen tekenen. Maar terwijl zijn oogharen al proberend zakten over zijn pupillen, voelde hij plotseling een lichte weerzin, - hij zou Mark niet kunnen tekenen als hij niet eerst alles van hem wist, — alles over Mietje. ‘Zeg,’ kwam zijn stem, Vat heb je uitgevoerd bij Mietje?’

Mark stond stil. ‘Dacht ik het niet, dat je me daarvoor had opgezocht! - Niks heb ik uitgevoerd, - ik had toch al gezegd, dat ik eens op huisbezoek bij haar wilde! - Ben je soms jaloers?’ ‘Jaloers?’ vroeg Henri. Het was een naar woord en daarenboven klonk het gek nu het op hemzelf werd toegepast. ‘Nee, natuurlijk ben ik niet jaloers, maar je had me wel kunnen waarschuwen, dan was ik meegegaan. Zoiets hoef je toch niet achter mijn rug te doen!’ ‘Nou, jij bent niet jaloers, he? Allemachtig, - waarom moest ik jou meenemen? ’t is toch je meisje niet !’

Toen voelde Henri dat hem iets ontglippen zou als hij niet beetpakte. Voor het eerst van zijn leven schepte hij op, willens en wetens. ‘Het is mijn meisje wèl!’ zei hij. En tegelijk voelde hij de blijde schrik om dat woord door zijn hart slaan.

Mark stond nog altijd stil, nu kwam zijn breed mannengezicht op Henri’s gezicht toe. ‘Als dat waar is, - als je niet liegt, - als zij je meisje is, - dan gebeuren er ongelukken.’

‘Met wie?’ vroeg Henri. Hij stond te beven op koude benen maar hij wilde standhouden.

186

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.