vanwege de kraamvrouwenvereniging - ja, ik moest alweer luiers hebben voor de volgende. Zo was ze - amper uit haar eigen bed. Wat een jammer, wat een jammer!’
Hoofdschuddend dompelde moeder Zadoks een stapel borden in het zeepsop. Henri stond erbij te kijken.
‘Maar gaat u toch naar binnen... Marrèk!’
Mark verscheen op de drempel. Hij zag Henri en keek verlegen, wat hem vreemd stond. ‘Zowaar,’ zei hij, ‘vereer je ons met je bezoek? Ja, nu kun je dan eens zien hoe een proletariër woont.’ ‘Proletariër?’ zei een stem achter hem. Het was de oude Zadoks. ‘Proletariër? Zo goed als wij woont geeneen proletariër. Neem je vrind maar eens mee als je gaat verspreiden op Marken en Uilenburg, dan kan hij heel wat anders zien!’
‘Die gaat niet verspreiden,’ bromde Mark. ‘Die weet niet wat hij wil. Nog geen brochure neemt hij van me an.’
Vader Zadoks glimlachte. ‘Brochures? - nou ja - moet hij dan ook brochures lezen? - Neem hem mee naar Uilenburg zeg ik je, dat is beter. Wat moet hij met brochures als hij niet eens weet waarover ze gaan?’
De winkelbel klingelde; haastig schoot Zadoks het trapje af.
‘Wat kom je eigenlijk doen?’ vroeg Mark.
Henri stond nog steeds tussen kamer en keuken, hij voelde zich plotseling een middelpunt en werd verlegen. De vier jonge Zadok-sen hadden hun dominostenen door elkaar gegooid en waren geheel oor, moeder Zadoks steunde haar armen op haar heupen om te luisteren en Mark, nog altijd met de frons tussen zijn wenkbrauwen bleef hem argwanend vragend aanzien.
‘Ik wou een beetje langs de Amstel wandelen,’ zei Henri, ‘en ik heb geen zin om alleen te gaan.’
Mark keek naar zijn boek, toen naar Henri, haalde zijn schouders op en zei: ‘Vooruit dan maar, ik kan ook wel eens een beetje gaan lopen.’
‘Moet je geen hoed op?’ vroeg Henri, toen Mark blootshoofds het trapje afdaalde.
‘Dat hoeft niet in de vakantie,’ zei Mark. ‘Een proleet ben ik so wie so.’ Henri groette beleefd naar moeder Zadoks, stak zijn hand op naar de onbeweeglijke tafelronde die geen oog van hem had afgelaten en tastte toen voorzichtig de smalle treetjes af naar de winkel.
Voor de toonbank stond een mijnheer met een witte panama. Een erg goedgeklede mijnheer voor dit winkeltje, vond Henri. Vader Zadoks pakte een hoge stapel boeken in grijs pakpapier, Mark bekeek haastig de ruggen.
183