Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



‘Ja. Als dat wijf de kist ingaat,’ overwoog Mietje. Toen moest ze opeens hardop lachen.

‘O jö, wat ik een span met ’r heb gehad de vorige week! Laat nou op een avond die vriend van je aanbellen om me te spreken. Ik was net boven op de meidenkamer, dat is drie trappen op, en de keukenmeid had ’r avondje en toen deed de ouwe zelf open. Jö, -ze viel haast om, - heeft je vrind je niks verteld?’

‘Nee,’ zei Henri, ‘gek is dat!’

‘Niks gek, hij zal niet durven.’ - ‘Waarom niet?’ vroeg Henri. Mietje keek hem aan met het wijzere, oudere glimlachje, dat hij nooit van haar begreep. ‘Domme Joris,’ zei ze, maar streek tegelijk met haar hand over zijn arm. ‘Nou ja, het doet er ook niet toe.’

‘Vertel maar verder,* zei Henri. Hij moest nu in ieder geval met Mark Zadoks praten.

‘Nou, ik kwam dan van boven toen hij al op de mat stond. “D’r is iemand voor je” zegt zij “en vertel die meneer nou maar meteen, dat de dienstboden hier geen herenvisite ontvangen!” Nou, ik zei niets natuurlijk, maar die Zadoks neemt deftig zijn hoed af en zegt: “mevrouw, ik geloof niet dat u het recht hebt om juffrouw Glaans te verbieden mij te woord te staan.”

“Zo,” zegt dat ouwe lijk, “dat denkt u maar, dat meisje is hier in huis en ik heb de verantwoordelijkheid.” Nou, toen zei ik natuurlijk dat hij maar gaan moest en laat die ezel nou over zijn zak gaan en me een enveloppe overgeven - d’r zat niks in als een pamfletje “de vrouw en de maatschappij”, mijn een zorg, - maar zij werd rood en blauw en zei dat-ie als Israëliet de christenmeisjes met rust moest laten, want dat-ie ’t toch nooit eerlijk met me menen kon. En toen wou hij weer zo deftig beginnen, jó, net de stem van mijn ouwe schoolmeester, maar ze liet hem niet aan het woord, ze werd gewoonweg vuil en toen heb ik hem de deur moeten uitduwen eer hij ook schelden ging, want het had me mijn dienst kunnen kosten. Waarachtig, en toen begon ze tegen mij en vroeg hoe ik hem kende en ze wilde dat ik haar die brief geven zou. Nou ik stond daar met de enveloppe in mijn hand maar ik zei “nee, dat gaat niet,” want ik dacht dat het wel een brief kon wezen van jou. Ik heb hem in mijn zak gestoken eer ze hem kon afpakken en toen zei ze dat ze mijn moeder zou waarschuwen en de pastoor. Pastoor! jawel, dan is ze an ’t goeie adres. Natuurlijk heeft ze niks gedaan, want ze kan toch al geen meiden houden en ze is tevreden over mijn werk. Maar wat ik een lol heb met mijn kameraad als ze in de keuken tegen me komt preken! - ze is er niet van af te brengen dat ik met een jodenjongen ga en dat

176

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.