Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



‘Kom dan morgenmiddag maar eens bij me op mijn spreekuur,’ zei de dokter en stapte toen haastig naar zijn koetsje dat stond te wachten bij het Oudekerksplein.

‘Jongeling van goeden huize gered uit de klauwen der harpijen,’ grijnsde Mark Zadoks. ‘Waarachtig, het zou ook het einde van alles zijn als een bourgeoiszoontje naar bed ging met zo’n Rooie Mar ie of Zwarte Jaan. Je zult zien dat hij je morgen een net adresje geeft in het Sarphatipark, - hygiënische bediening en van alle gemakken voorzien.’

‘Och, waarom nou?’ vroeg Henri.

‘Jawel’ zei Mark, ‘je zult het zien. Die burgerlijke doktoren zijn principieel overtuigd dat een jongmens zich moet uitleven, dat komt zijn hersenprestaties ten goede, - maar natuurlijk zonder risico’s. Wat er terecht komt van de meisjes in de bordelen, dat gaat hun niet aan. Goedkoop vrouwenvlees is er genoeg.’

‘Meen jij nu werkelijk dat dokter Querido zoiets zou kunnen denken?’ vroeg Henri geschrokken.

‘Denken?’ zei Mark, ‘welnee, - dat denkt hij niet in deze woorden! Hij is toch geen onmens! Dat is het juist, zo’n man denkt er helemaal niet aan, dat het anders zou kunnen, hij heeft zijn opvattingen kant en klaar, zonder dat hij hoeft te denken. Omdat hij een bourgeois is en omdat hij best tevreden is in de wereld die de bourgeoisie heeft gemaakt. Natuurlijk geloven wij niet, dat iedere bourgeois een godvergeten schurk is die willens en wetens zijn medemensen uitbuit, dat geloven alleen de vrijen. Maar iedereen die ogen heeft, kan zien dat de bourgeoisie leeft alsof zij alleen recht heeft op de wereld en alle anderen er zijn om hun het leven aangenaam te maken. Daar denken ze niet over, het spreekt vanzelf. -Maar we zullen ze wel leren denken! Het socialisme is geen utopie, het is een wetenschap! ’

Ze liepen op het houten bruggetje over de Achterburgwal. Voor hen uit liep de lantaarnopsteker, een gebogen mannetje, dat op een sukkeldrafje, zigzag over de weg, lantaren na lantaren aanstak met zijn lange stok. Henri bedacht dat hij het prettig zou vinden om lantaarnopsteker te zijn in een donkere buurt, - hij zou de pitten goed nakijken, dat alles altijd helder brandde. En toen moest hij even glimlachen omdat hij op zijn zeventiende toch veel te oud was om nog lantaarnopsteker te willen worden.

‘Kijk nou dat ventje,’ zei Mark Zadoks ‘die loopt nu iedere avond door weer en wind en eer de zon opgaat moet hij er weer opuit. En wat denk je wel dat hij daarvoor krijgt? als het zes gulden is, zal het veel wezen. Toen mijn vader nog naar ’t fabriek moest, werd hij iedere morgen om vijf uur gepord door de lantaarnopste

168

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.