Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



tante een zuster was van zijn moeder en hij graag eens wat nader tot haar had willen komen, ze had dezelfde peinzende ogen van het portret. In zijn hele leven had hij haar maar tweemaal gezien, want ze was getrouwd met de rabbijn van Godesberg en moest altijd thuis blijven bij kleine kinderen. Toch had hij niet het gevoel gehad dat hij bij een vreemde zou gaan logeren.

Maar nu eenmaal beslist was, dat hij onmogelijk weg kon uit de stad, bleek dat plotseling het prettigste wat had kunnen gebeuren. Hij hoefde natuurlijk niet ieder uur van iedere dag te werken en zo hield hij veel uren over, die ongestoord van hemzelf waren.

De eerste dagen vooral waren een verrukking geweest. De school met de klasselokalen, waarin de verwarrende vragen der leraren nog bleven galmen van de ene dag op de andere, was nu niet anders dan een ver vooruitzicht of een afgedaan verleden, zonder direct belang. Het huis was nu de enige, aangename, rustige werkelijkheid. Door de gangen te lopen zonder het kritisch zorgelijk oog van zijn vader te ontmoeten, te eten aan een tafel waarop men zijn elleboog kon zetten of zijn boek neerleggen naast het bord, heen te gaan zonder verlof en thuis te komen zonder verplichting tot inlichtingen, - het was alles een genot waarbij hij diep en bevrijd ademhaalde.

Maar na een week werd de blijdschap minder. Hij had nu bijna alles gedaan wat hij al lang graag had willen doen. Hij had de Zui-dertoren beklommen en gebaad in het koude water bij Obelt, wat niet was meegevallen. Hij had des avonds geslenterd langs de Zeedijk en was aangehouden door een vette bejaarde vrouw die naar drank stonk en die hem had gevraagd om mee te gaan, wat hij natuurlijk niet had gedaan. Hij had geprobeerd op een fiets te klimmen in de rijwielschool van Vrolijk en Timperley, maar had gemerkt dat fietsen moeilijk was en omdat hij toch nog wel geen fiets zou krijgen, had hij er geen tweede gulden voor overgehad. Nu wist hij alweer van een heleboel dingen hoe ze waren. Alleen van de Zeedijk wist hij nog lang niet genoeg, daarom ging hij er nog een keer heen en durfde nu zelfs een cafeetje binnengaan, maar niet zo een waar een vrouw aan het raam zit. Hij had het goed getroffen want er hurkte een vent met een occarino in een hoek, een zeeman die erg mooi speelde, en later toen er meiden kwamen en dansten met zwierende rokken, had hij spijt dat hij het schetsboekje niet bij zich had, hun blanke nekken met de rode kralen en het hoog opgekamde glimmendzwarte haar waren prachtig. Maar hij had niet lang kunnen blijven, want er was een vrouw aan zijn tafeltje komen zitten, die getrakteerd wilde worden en zoveel geld had hij niet bij zich, ook was hij een beetje bang voor wat

166

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.