gen kent geen ernst!’ En toen, toch verlangend zich te verontschuldigen, herhaalde hij het gesprek van die middag. Julie luisterde zwijgend, haar slanke vingers drukten hun toppen tegeneen. Toen hij had uitgesproken, wachtte hij, maar de weerklank van zijn mismoedig-heftige woorden bleef hangen tussen hen in, ze antwoordde niet. Haar handen echter legde ze vlak neer in haar schoot, of ze zich vermoeid hadden.
‘Zeg nu ook eens wat,’ drong Maurice Godschalk aan, ‘heb ik geen gelijk?’
Julie haalde haar schouders op. ‘Neen,’ zei ze, ‘Henri heeft gelijk, - je kunt geen koopman van hem maken, Maurice.’
‘Maar dat is waanzin!’ kefte mijnheer Godschalk. ‘Wat moet hij anders worden?’
Julie was opgestaan en keek uit door het venster, haar ogen zochten boven de gevels van de overkant de ruime lucht. Mijnheer Godschalk stapte naast haar en volgde haar blik. Er was niets te zien aan die overkant, - ‘nu?’ vroeg hij ongeduldig. Julie glimlachte vaag naar een vergulde wolkzoom, eindelijk zei ze met vertraagde stem:
‘Hij hoeft niets meer te worden, hij is al wat. C’est un artiste, ce gargon, - tant pis pour lui.’
‘Artiste?’ riep mijnheer Godschalk ontzet. ‘Nonsens! - van wie zou hij dat moeten hebben? Artiste, - jawel, - praat jij hem dat maar in! - dan voert hij helemaal niets degelijks meer uit.’
‘Ik hoef hem niets in te praten,’ zei Julie en schokte een minachtende schouder, ‘hij is een geboren artiest, ik weet het, - dat kan men zien...’
Haar neusvleugels trilden. Met een onbeheerst uitschietende beweging zwaaide ze haar weidse taffetrok van zich af, toen zei ze be-vend-diep en wat hees:
‘II a les mains de mon père.’
Maurice Godschalk bekeek verschrikt zijn eigen gesoigneerde handen.
De augustusmaand was warm en zonnig en Henri Godschalk liep alleen door de wereld. Het was heerlijk.
Zijn vader reisde met tante Julie in Zwitserland, de tour was nu eenmaal besproken geweest en betaald. Maar Henri had niet naar Godesberg kunnen gaan, om te logeren bij zijn tante, zoals eerst was af gesp roken; hij moest in Amsterdam onder leiding blijven werken voor zijn herexamen. Even had hij spijt gehad, omdat de
165