Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



die van hem alleen was, - hij zei altijd ‘wij’, en dat klonk vertrouwenwekkend. ‘Wij’ dat waren natuurlijk de socialisten en als men naar Mark luisterde, begreep men dat er wel verschillende soorten socialisten konden zijn, maar dat ze het over één ding toch allemaal eens waren: dat er wat moest worden gedaan, dat het werkende volk nu eindelijk eens moest opdringen om ook een beetje plaats te krijgen in de wereld. Henri vond dat Mark gelijk had, hij kon zelf zien, dat de arme mensen een veel te moeilijk en te lelijk leven hadden. Maar hij werd toch een beetje angstig als hij bedacht wat er allemaal omver zou worden gelopen als ze gingen opdringen. Toch hoopte hij soms dat ze er flink genoeg voor zouden zijn. Des winters bijvoorbeeld, als hij zag hoe de werklozen sneeuwschepten met blauwe gezichten of als hij een oude krantenvrouw door de modder zag sjouwen met een veel te zware tas. Natuurlijk wilde Mark hem al dadelijk boekjes en brochures lenen. Marks vader was sociaal-democraat en Mark wist dus zeker dat het socialisme een wetenschap was en dat Henri zou worden bedorven door de halfzachte democratische theorieën van de leraar in staathuishoudkunde. Maar Henri nam de meegebrachte lectuur liever niet aan, hij begreep niet waarom Mark met alle geweld een so-ciaal-democraat van hem wilde maken. Hij zat pas in de vierde klas, geld om te geven had hij niet, hij was geen arbeidersjongen en de socialisten zouden het best klaarspelen zonder hem. Dat zei hij ook tegen Mark toen ze op een ochtend stonden te praten voor school en Mark hem vroeg of hij niet eens meewilde naar een vergadering van ‘De Zaaier’.

Henri weigerde, maar niet omdat hij iets had tegen Mark, hij was nu gewend aan diens manieren en hij mocht hem wel, hij kon tegenwoordig zelfs wel eens prettig naar hem kijken. Mark was vierkant en zwaar, hij had een grof, donker gezicht met een dikke neus en zware lippen, maar zijn voorhoofd was mooi hoog en vierkant onder zijn zwarte kroesharen kuif. Het was eigenlijk een mannengezicht en ook Marks lichaam was al niet jongensachtig meer. Het was heel begrijpelijk dat Mark wel alleen zonder vrienden kon bestaan op de school en er zich ook niet veel van aantrok wat men van of tegen hem zei. Mark wist natuurlijk, dat de anderen hun neus voor hem ophaalden omdat hij een kosteloze leerling was. Als hij een van zijn perfecte beurten maakte, luisterden ze met een smal glimlachje, omdat hij wel gedwongen was knap te wezen en zijn best te doen, als hij zijn beurs niet wilde verliezen. Maar Mark was zó knap, dat hij er de anderen niet eens om minachtte als ze domme dingen zeiden, - hij zat er alleen verveeld bij te gapen of krabde zich om zijn kruin en was heel tevreden dat de kapitalistenzoon

151

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.