Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



andere huizen aan de overkant. Het stond er nu als een heldergrijs streepje tussen de bredere bakstenen huizen en als Henri ernaar keek, voelde hij van binnen nog altijd bewondering voor die royale Trip, die voor een grapje een heel huis liet zetten. Het gaf meteen een eigenlijker aanzien aan de bladzij in zijn geschiedenisboek waarop de namen stonden van de voorname regentenfamilies, die men uit zijn hoofd moest leren, - de Huydecopers en de Wit-sens en zo.

In de Hoogstraat kwam dan het oude stuk van het Oost-Indische Huis, jammer genoeg was aan de Kloveniersburgwal vroeger eens een lelijke nieuwe gevel gezet, maar de inkijk door de poort op de binnenplaats was nog aardig, daar was de steen donker van ouderdom. De Damstraten lagen nu als een smalle pijp voor hem uit, het was er druk en men moest oppassen om niet onder een kar te raken. Op de bruggen van de Oudezijds Achter- en Voorburgwallen kon men weer even uitkijken als het niet te laat was voor school. Op de Achterburgwal was zoveel te zien dat er voor iedere dag wat anders was - en dan kwam al het tabakswinkeltje op de volgende hoek met het grappige bord, waarop de blauwe zeeman stond en de wilde indiaan van B.Z.K.

Maar dan werden de straten wijder, men voelde dat het naar de Dam toeging. De winkels werden groter. De stijve mantelstan-daards van Heitkönig, met hun zwartgelakte knoppen op de plaats van het hoofd, vond Henri zo akelig, dat ze ’s nachts soms rondspookten in zijn droom. Maar daarna begon de Vijgendam, waar het lichter werd, eerst moest hij nu nog om het hoekje van het lelijke kale Kommandantshuis en daarna ging eindelijk de echte Dam open.

De Dam was iedere morgen en iedere middag een groot ogenblik. Niet altijd even prettig, want als het sneeuwde of woei, kon het er gemeen tochten en moest hij zijn pet stevig vasthouden. Maar de Dam was toch altijd het grootste van de hele weg naar school. Het kwam voornamelijk door het paleis, dat een muur was waarmee het plein stond afgesloten, een brede en wonderbaar hoog-stijgende muur, die bovenaan plotseling eindigde in een kapelletje waarin de klokken hingen. De klokken tinkelden vaak aardige wijsjes vanuit hun rond tempeltje, het was jammer dat de ramen van het paleis niet even vriendelijk waren, maar het hinderde toch niet al te erg, het was misschien ook wel mooi dat de brede grijze gevels een beetje streng bleven.

De Beurs met de dikke pilaren deed wel zijn best om deftig te zijn, maar hij haalde toch niet bij het paleis, alleen de Nieuwe Kerk, met zijn opstijgende ramen was van even hoge stand. De andere

140

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.