en geboortedatum opgetekend, daaronder stond in hetzelfde maar bevender handschrift Henri’s geboorte vermeld. Hij wreef bijna liefkozend met zijn vlakke hand over de bladzij, plotseling echter balde zich de hand en de duimnagel kerfde een diepe groef onder Henri’s naam.
Zonder gedachten stond hij te kijken naar dat af sluitteken, toen trok hij zijn wenkbrauwen op en wreef het voorzichtig met het plat van zijn nagel weer weg. Hij stak het boek in zijn binnenzak, - het was voor Henri, hij zou het aan Henri geven. Toen sloot hij de kastdeur voor de rijen vergulde ruggen. Onderwijl viel hem in, dat hij Julie nu niet meer hoefde te vragen om toe te treden tot zijn kerkgemeenschap.
137