Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



En ’s avonds in de salon bleef de vleugel gesloten en legde tante Julie lange rijen patiencekaarten uit, die madame Pion dan tegen elven, als zij wakker werd uit de dut, geërgerd door elkaar veegde. Zijn vader zat misnoegd achter zijn kranten, ook ging hij soms nog werken op kantoor en visite werd niet gevraagd.

In de loop van de week zag Henri wel een paar maal dat tante Julie rode ogen had. Hij begreep dat ze ergens om had gehuild, maar hij wist niet waarom. Het kon natuurlijk niet zijn omdat ze het weekend moest thuisblijven terwijl zijn vader naar Brabant ging, dat zou te kinderachtig wezen. Wel had tante Julie aan tafel gezegd dat ze met madame Pion een paar dagen naar Brussel wilde gaan en dat men elkaar dan in Roosendaal zou kunnen ontmoeten voor de terugreis, - zijn vader had toen met een rare geknepen stem geantwoord: ‘begin daar niet meer over, nu eens en vooral daar komt niets van, ik heb ook nog iets in te brengen.’ Tante Julie had toen weer tranen in haar ogen gekregen en had naar madame Pion gekeken of die haar kon helpen. Maar madame had haar schouders opgehaald en koeltjes gezegd: ‘we kunnen ook thuisblijven’. Zijn vader had daarop een groot glas rode wijn in één teug leeggedronken, wat hij anders nooit deed en tante Julie was met haar zakdoek voor haar gezicht opgestaan en weggelopen naar het boudoirtje. Het was allemaal zo erg, dat men er echt grotemen-senverdriet achter voelde, - het kon niet wezen dat tante Julie gewoon maar boos was omdat ze niet uit mocht naar Brussel. Zaterdagsmorgens was mijnheer Godschalk afgereisd, hij had tegelijk met Henri ontbeten en tante Julie was niet naar beneden gekomen. Henri begreep wel waarom; ze moest uitslapen, want hij had haar de vorige avond door het plafond horen praten tegen zijn vader toen hij al urenlang geslapen had en later, toen hij nog eens wakker werd, had hij stellig gehoord dat ze lag te huilen. Ze was nu natuurlijk moe.

Hij had medelijden met zijn vader terwijl die tegenover hem aan tafel zat, erg bleek en met een moe, ontevreden gezicht. Het was eigenlijk heel akelig, dat zijn vader nooit gewoon echt en vrolijk lachen kon zoals andere mannen. Henri kon zich geen enkel uur in zijn leven herinneren waarin hij samen met zijn vader echt lol om iets had gehad en dat was voor pa toch ook heel naar. Toen mijnheer Godschalk van de ontbijttafel was opgestaan en zijn valies wilde opnemen, was Henri hem voorgeweest; achter zijn vader aan had hij het de trap afgedragen en in de vigilante gezet, toen had hij ook nog zijn hand uitgestoken. Maar dat had mijnheer Godschalk niet gezien, wel had diens hand nog even gewuifd uit het raampje.

130

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.