Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



Mijnheer Godschalk glimlachte vermaakt maar toegeeflijk, toen stak hij beleefd zijn hand uit ten afscheid. ‘Tot ziens dus,’ zei hij en sloot voorzichtig de zware eiken deur achter de pastoor.

Toen hij in het magazijn terugkwam, zag hij dat Henri het antiek paneel weer naar het licht had gedraaid. ‘Neen,’ zei hij, ‘schei uit met dat tekenen, ga liever een eindje lopen, het weer klaart al op.’ Hij sloot de schilderij in een kast. Terwijl hij bleef staan achter de jongen, die nog roerloos verdiept was in de beschouwing van zijn kopie, zei hij luchtig: ‘- zulke fijne katholieken zijn altijd een beetje fanatiek, je kan heus niet alles geloven wat zo’n man zegt. Als die mensen een heiligenschijntje zien, zijn ze al de kluts kwijt. - Kijk nu eens naar de neus, - die heb je helemaal mistekend.’

Dagenlang, als Henri opkeek naar de madonna, die hij boven zijn bed had geprikt, moest hij zoeken waar hij nu eigenlijk die neus mistekend had. Eindelijk meende hij iets te zien, hij begon er voorzichtig aan te werken. Toen hij de hele neus bedorven had, nam hij de tekening en scheurde ze in stukken. Het was allemaal erg jammer.

Het was zelfs nog meer dan jammer, het was verdrietig. Tot dusver was het tekenen altijd een heel apart hoekje van zijn bestaan geweest, het enige hoekje waar hij zich helemaal echt prettig voelde doen wat hij wilde. Hij hoefde daar nooit te kiezen wat beter was, alles kwam vanzelf. Als het tekenen gewoon ging zoals het moest, kwam er iets aardigs voor de dag, en als het niet goed ging, legde hij de tekenstift weg en verscheurde de rommel omdat het rommel was. Alles ging er anders dan in de rest van de wereld, dan op school, bijvoorbeeld. Daar was hij nooit helemaal zeker hoe het moest en dat werd hoe langer hoe erger nu hij op de Handelsschool was. Maar bij het tekenen, dat zijn hele leven lang prettig met hem was meegegroeid, had hij zich nog nooit dom of onzeker gevoeld.

Maar nu had hij een tekening, die helemaal gewoon goed was geweest, nog een beetje beter willen maken. Nu wist hij dus ook al niet meer helemaal zeker dat hij tekenen kon. En dat was het laatste wat hij echt had geweten.

Hij bleef wel een paar dagen echt verdrietig, maar niemand lette daarop. Al de volwassenen in huis schenen plotseling hun eigen verdriet of hun ontstemmingen te hebben. Aan tafel werd zo weinig gezegd, dat Doortje ervan rondkeek als ze het eten op tafel zette.

129

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.