dere ogen, hij was zichtbaar al lang precies zoals hij wezen moest. ‘Eerwaarde!’ begroette hem mijnheer Godschalk en was toen weer even onzeker als de vorige maal of dit nu de juiste wijze was om een geestelijke aan te spreken. Intussen strekte hij met hoofs uitnodigend gebaar zijn hand naar de deur van het magazijn en de pastoor volgde die wijzende hand tot aan een hoge Italiaanse renaissance zetel, waarin hij zich neerliet zonder te zien waar hij zat. Zijn hoed legde hij naast zich op de brede zitting.
Henri had opgekeken. Hij was die hele dag ingespannen bezig geweest om een kleine Vlaamse madonna te kopiëren. Die was toevallig met een partij oude meubelen uit Antwerpen meegekomen, maar door mijnheer Godschalk al dadelijk toegezegd aan een collega, omdat hij welbewust niet in schilderijen handelde, wat een apart vak was dat hij niet had geleerd. Toen Henri het nonchalant opzijgezette paneeltje had gezien, de madonna met het lange stille gezichtje en de tedere maar ingetogen gesloten mond, had hij opeens verlangd er langer naar te mogen kijken. Hij had er zelfs niet aan gedacht, dat hij zijn vader zou kunnen vragen hem het stukje cadeau te doen, hij dacht er eigenlijk nooit aan, dat hij de dingen die hij mooi vond, zou kunnen hebben om te houden. Hij was alleen maar deze morgen met zijn tekendoos naar beneden gegaan en had zich heerlijk verdiept in al de fijne lijnen en tinten. Natuurlijk was het jammer dat hij met vetkrijt moest werken, maar dat kon nu eenmaal niet anders omdat hij niet met olieverf wist om te gaan. Hij had al dikwijls willen vragen of hij niet eens echte schilderles mocht hebben, maar er was nog nooit een goede gelegenheid voor geweest. De enige keer dat hij zijn vader erover had gesproken, had die verstrooid gezegd dat Henri maar eerst eens een paar jaar goede rapporten van de Handelsschool moest meebrengen. Op de Handelsschool werd geen tekenles gegeven en dus ging hij nog wel eens naar zijn oude tekenmeester van Meulmans, die dan raad gaf voor de waterverf en het vetkrijt. Maar langzamerhand, nu hij ouder werd, begon hij het spijtig te vinden, dat hij de echte diepe kleuren, die hij vroeger niet had opgemerkt maar tegenwoordig juist overal zag, niet goed kon treffen.
De Vlaamse madonna droeg ook een diep rood-en-blauw kleed, dat hij met het vetkrijt natuurlijk niet goed kon krijgen. Maar haar blank gezicht en het ijl en zuiver neergelegde blonde haar leek goed, het was prettig, dat hij dit nu met zijn eigen vingers van het schilderij had losgemaakt en nog eens voorzichtig apartgezet op het papier.
Toen zijn vader met de pastoor binnenkwam, had hij juist gezien dat het goed werd, hij voelde zich er echt blij mee. Hij lachte even
125