Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



ster en drukte zijn voorhoofd tegen de koelte van het glas.

Buiten stroomde nog altijd de zwiepende regen, brede modderbe-ken zochten hun weg over de wal en stortten in de bleekbruin opspattende gracht. Een vallende waterstroom ratelde luid door de gootpijp langs het raam.

Hij hoorde het niet, er was een te hevig tumult in zijn hart. Plotseling voelde hij zich onontkoombaar gevangen door het fatum; zo machteloos in een hoek gedrongen en vastgeklemd, dat hij koud werd van angst, - even voelde hij zijn knieën lam knikken, en hij schrok, - machteloosheid is ouderdom -, toen streek hij zich kalmerend over het achterhoof d.

Terwijl zijn vingers langzaam de bekende strelende beweging over zijn gladgelegd haar maakten, zakte de dof pulserende angst gaandeweg terug naar de grauwe diepten waaruit ze was ontsnapt en meteen begonnen zijn hersens een verontschuldiging te zoeken voor Julie, - natuurlijk, - ze had een beetje te veel cognac genomen, anders was ze niet zo lomp geweest. Ze wist waarschijnlijk niet eens wat ze had gezegd, en zeker meende ze het niet ernstig, -nooit had ze na haar huwelijk meer een toespeling op zijn leeftijd gemaakt.

Welneen. En daarbij, ze was toch ook te veel dame voor zo iets. Hij moest maar trachten dit te vergeten.

Hij strekte zich omhoog en gaf zich houding. Met de handen in zijn zakken posteerde hij zich tegen de vensterbank. Hij wilde iets gaan zeggen over het weer, maar er werd aan de deur geklopt.

Doortje reikte een kaartje over. ‘Daar is een geestelijke om u te spreken.’

‘Een geestelijke?’ vroeg mijnheer Godschalk. ‘Op zondag?’

‘Ja mijnheer,’ zei Doortje. Maurice Godschalk bekeek het kartonnetje. ‘Lemmens? ken ik niet. Wat komt hij doen?’

‘Hij zit op de halbank met een pakje in zijn hand,’ zei Doortje.

Nu kwam het beeld voor zijn ogen. Een pak in krantepapier en een Brabants pastoor in een groene soutane. Even weifelde hij, zijn zaak was toch gesloten op z;ondag, - maar toen herinnerde hij zich een wit hoofd en een paar heldere oude ogen, - hij kon die man in zulk weer niet terugsturen.

Terwijl hij de deur uitging zag hij nog juist hoe madame Pion met een ruk haar stoel vooruitschoof en zich overboog naar Julie.

Het was inderdaad de boerenpastoor. Mijnheer Godschalk herkende hem direct en maakte in zichzelf de opmerking dat mensen boven een zekere leeftijdsgrens waarschijnlijk niet veel meer kunnen verouderen. De pastoor had nog dezelfde witte haren en dezelfde hel

124

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.