had niet anders kunnen doen dan naar haar kijken, ieder van haar bewegingen had hij diep in een onbekende ruimte van zijn eigen wezen voelen gaan en komen. Maar toen Julie had gezien hoe hij keek, was ze om de badkamerdeur geglipt en had die achter zich in het slot gedrukt.
Nu had hij de ganse morgen rondgelopen in een verwarrende afwisseling van hoop en twijfel. Hij durfde zich nog geen blijde toekomstbeelden maken, ook stampte hij nog voortdurend en volhardend zijn gloeiende trots neer, - als hij zich vergiste, zou de teleurstelling te groot zijn, - maar hij voorvoelde desondanks hoe heerlijk hoogmoedig hij zou mogen zijn wanneer deze zwangerschap bekend werd van zijn jonge vrouw, de ‘mooie mevrouw Godschalk’.
Terwijl hij daar zo stond, leunend tegen de bahut, drongen al zijn liefde, zijn hoop en zijn geheime verwachtingen zich samen achter zijn ogen, die zich laafden aan Julie’s aanwezigheid. De jonge vrouw verschikte opnieuw in haar stoel, greep naar haar glas en dronk het in één teug tot de bodem leeg.
‘Julie!’ smeekte Maurice Godschalk, ‘drink niet al die grog, het is verkeerd, - zeker nu.’
Het woord was hem ontvallen. Madame Pion keek op, keek in zijn gezicht en kneep geïrriteerd haar ogen dicht.
Toen opende ze ze plotseling ongekend wijd, door haar groene oogappels schoot een helle glimp. Maar haar lippen sloten zich stijf aaneen. Ze schonk nog een scheut cognac door haar grog.
‘Voor mij ook nog wat,’ zei Julie en hield haar glas bij. ‘Neen,’ zei Maurice Godschalk en liet zich los van de bahut, maar reeds had madame Pion de hals van de fles in het glas gestoken, klokkend liep de cognac omhoog tot boven de zilveren rand van de houder. ‘Neen!’ zei Maurice Godschalk voor de tweede keer, en nu bijna beslist. Hij stond al naast Julie’s stoel, hij voelde de cokeshitte tegen zijn benen slaan en zag het te rode gezichtje. Hij greep madame Pion de fles uit handen, toen reikte hij naar Julie’s glas. Maar Julie draaide hem haar rug toe, ze zette het glas aan haar lippen en dronk de nog onaangelengde cognac in een paar lange slokken uit. ‘Zo!’ zei ze. Haar kleine rode tong streek langs haar lippen. ‘Maurice, vraiment, tu m’agaces, t’es trop bon-papa, -enfin, tu as 1’age, bien sür.’
De schok sloeg zwaar en onverdraaglijk pijnlijk door zijn hart, dat juist zo wijd en verwachtend voor haar openstond, hij kromp ineen en zijn schouders bogen naar voren. Met een lam gebaar zette hij de fles van zich weg, toen draaide hij zich om, liep naar het ven
123