Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



van madame Pion hinderlijker, haar nabijheid enerveerde hem meer van dag tot dag. Zelfs het dagelijks middagmaal, tot dusver een der kleine maar genoeglijke aannemelijkheden van zijn leven, werd hem nu vergald door de smakkende luidruchtigheid waarmee de breeduit tafelende dame haar diner verorberde. Wel was de Franse mentaliteit, die ongegeneerd wil genieten van de culinaire vreugden hem niet onsympathiek, maar er lag een hemelsbreed verschil tussen de hoorbare genoegdoening waarmee madame Pion sabbelde aan het been van een karbonade en het precieus gebaar waarmede Julie haar kluifje wist te hanteren tussen duim en wijsvinger. De vulgariteit van haar opgedrongen gezelschap walgde hem langzamerhand zo hevig, dat hij haar ternauwernood meer kon aanzien; ook nu zocht zijn oog troost in het jonge figuurtje tegenover haar. Zijn gezicht werd zacht, hij vergat dat hij keek en een glimlach ging over zijn lippen.

Julie had haar rosblonde hoofdje achterovergelegd in de ronde stoelleuning, haar vooruitgestoken voet steunde losjes tegen de gesmede krullen van het haardje. Haar elegante figuurtje in het opgepofte groentaffetzijden kleed deed aan als een Watteau, even gracieus en geacheveerd en inactief. Maurice Godschalk moest denken aan het Saksisch porseleingroepje, dat hij diezelfde middag had aangekocht, het vrouwtje had dezelfde volmaakte proporties en poseerde even nonchalant in het vergulde rococofauteuiltje. Een welling van dankbare admiratie vloeide over zijn hart en hij bleef kijken met zo gretige ogen dat Julie plotseling ongedurig verschikte in haar stoel.

Zijn glimlach, die dieper had willen worden, bleef halverwege steken, zijn blik werd weer oplettend. Julie had haar handen gestrekt naar het vuur of ze de warmte wilde vangen, haar schoudertjes drukten zich kouwelijk in de gecapitonneerde stoelrug. Op de teen van haar gestrekte voet ging het roodfluwelen muiltje traag schommelen, toen het afgleed langs haar zijden kousevoetje, deed dat geen moeite om het op te rapen. Haar ogen sloten zich, een haast pijnlijke lusteloosheid trok over haar mond.

Maurice Godschalk voelde de pijnlijkheid van dat zwijgende mondje na, tot diep in zijn hart. Veel liever had hij het horen twisten, ja beledigen, zoals vroeger in de tijd van zijn hofmakerijen, toen hij nog gelijkmoedig elke vijandige uitlating verdroeg, omdat hij hoopte het spoedig onder zijn kussen te zullen sluiten. De zichtbare maar stomme onlust die langzaamaan het wezen van zijn jonge vrouw overtoog voor zijn ogen, vulde hem met een smartelijk mengsel van medelijden en verdriet.

Want hij had dit jonge kind lief met een hemzelf verwarrende

120

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.