proefden en weer neerzetten. Het tafereel vestigde zich diep in zijn ogen, het kreeg de overreële lijnen van een momentopname.
Het zware, kwabbige lichaam der oudere vrouw lag breed uitgespreid in de stoel, even hief zich haar arm en zette loom het halflege glas terug op de guéridon, toen vouwden haar beringde handen zich opnieuw over de slap bollende buik.
‘Met de dag wordt ze vetter,’ constateerde Maurice Godschalk vol innerlijke weerzin. Haar toenemende corpulentie, die zij in het provinciale Amsterdam maar niet bestreed, was hem een doorlopend irriterend bewijs hoe welbewust ze zich te goed deed aan wat zijn keuken en kelder bood en hoe volmaakt rustig ze zich onttrok aan mogelijke plichten. Wel had hij zich nimmer voorgesteld, dat haar oorspronkelijk aanbod om zich als dame de compagnie ook in zijn huishouding nuttig te maken, enigszins oprecht was bedoeld en had hij haar alleen geaccepteerd als een noodzakelijk kwaad, maar nu hij al een jaar lang was onderworpen geweest aan het feit van haar aanwezigheid, begon dat te drukken op al zijn zenuwen. Hij was allang besloten haar bij de eerstaanwezige aanleiding terug te zenden naar Parijs, maar eerst sedert kort was het hem klaar, dat hij die aanleiding zelf zou moeten provoceren. Natuurlijk had hij zich daarvoor vertrouwd moeten maken met de gedachte dat dit hem geld, en veel geld kon kosten, - daar was hij al overheen, - hij zocht nu alleen nog hoe hij de zaak zou entameren.
Maar hij had gerekend buiten madame Plon’s fenomenale dikhui-digheid. Bij elke toespeling op haar zichtbare overbodigheid in de huishouding, die door Sellie’s opvolgster, een capabele rijkeluiskeu-kenmeid, duur maar degelijk werd gevoerd, bleek madame Pion zichtbaar doof aan beide oren. Haar ogen gingen vager kijken, haar mond sloot zich ondoorgrondelijk en al zijn opmerkingen gleden ef-fectloos langs haar weigerachtig begrip in het niet. Het enig zichtbaar effect was dan de koelere houding van Julie, die hem zijn uitlatingen kwalijk bleek te nemen, - hij begreep wel niet goed waarom, want zelf behandelde ze madame Pion met zulk een gemakkelijke onverschilligheid, dat hij zich nog geen ogenblik bezorgd had gemaakt over de invloed, die de uiterlijk zo flemerig-sen-timentele matrone over zijn jonge vrouw zou kunnen krijgen. Maar hij kon zich ook niet ontveinzen, dat Julie zich nog altijd beschut scheen te voelen in de aanwezigheid dezer vrouw, die haar, hoe dan ook, beschermd had in haar jongemeisjestijd en die de enige mens was met wie zij kon spreken over wat haar het naast aan het hart lag: haar herinneringen aan de beminde vader.
Hij wist voorlopig niets aan de toestand te veranderen en het bewustzijn van zijn onmacht maakte ieder woord en ieder gebaar
119