Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



Na afloop werd druk gefeliciteerd. Henri voelde steeds dat zijn hand klein en koud was in al de warme grote mannenhanden. Niemand zei dat hij slecht gelajend had, zelfs meester Cohen niet. Wel zeiden sommigen: ‘nu ben je meerderjarig hè?’ maar dat was flauwe kul, het hoorde bij de hele vertoning.

Er was niets veranderd met hem. Hij was nog een kind en zou nog wel een paar jaar voor een kind worden aangezien en dat was maar goed ook want hij betekende nog niets. Hij kon zichzelf wel wijsmaken dat hij tegen God kon praten, maar als hij het hardop moest doen, stotterde hij nog erger dan andere barmitswejongens. Hij haalde zijn schouders op.

Daar schuifelde oom Eli naderbij, die keek heel ernstig, lang niet zo verontschuldigend als meester Cohen. Henri voelde zijn keel weer dik worden.

‘Bij ons in de Stichting heb je het veel mooier gedaan,’ zei oom Eli verwijtend. ‘Ik wist niet wat ik hoorde. Hoe komt dat nou?’ Henri zweeg, een dikke traan zwol in zijn ooghoeken. Het was akelig en toch heerlijk dat oom Eli hem de waarheid zei.

‘Hij was al in de war eer hij begon, door die schoft van een Apfelbaum,’ zei mijnheer Godschalk geïrriteerd. ‘Kom mee oom EU, laten we hier niet zo te kijk blijven staan. U komt nu toch mee naar huis nietwaar? Vandaag is alles kosjer.’

Henri wachtte met kloppend hart. Oom Eli was al die tijd nog niet op de Kloveniersburgwal geweest.

‘Nee Moos,’ zei oom Eli, ‘ik kom niet in een huis waar men de Geboden op zij heeft gezet.’

Het was een kille zondag in juni.

Buiten sloeg een zwarte bui kletterstralen tegen de ruiten, grote hagelstenen spoten geelwitte bellen in de gracht. De walkanten lagen blankgeveegd, niets bewoog zich langs de druipende huizen, alleen een verregende hond drukte zich schuw tegen de kroegdeur op de hoek.

‘Wat een weer, wat een afschuwelijk weer,’ zuchtte madame Pion. ‘Regent het hier dan altijd?’

Julie, in haar kleine armstoel naast het haardje, bewoog zwijgend een lusteloze hand.

‘Niet altijd,’ converseerde mijnheer Godschalk onverschillig maar beleefd. ‘De vorige zondag hebben we immers heerlijk weer gehad in Zandvoort. U ziet er nog bruin van madame.’

‘Een uitzondering!’ Madame Pion schudde mistroostig haar ge

117

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.