Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



ging hij zich voorstellen hoe pa eruit zou zien onder de hoofddoek van de Arabische sjeik op de schoolplaat bij Meulmans. Maar het gezicht van zijn vader en de lorgnet pasten niet bij de hoofddoek. Toen hield hij maar op met zijn spelletje, - pa was een gewone meneer, die maar gewone nette kleren moest dragen zoals iedereen, het talith stond hem eigenlijk al een beetje gek.

Voor de Heilige Arke was de dienst nu begonnen. De weemoedig klagende of frenetiek uitschietende bariton van de jonge Poolse voorzanger galmde doordringend door de hoge vierkante ruimte en de mensen gaven mompelend of luid roepend antwoord. Henri las mee in het gebedenboek van zijn moeder, het was lief om te weten dat een paar fijne handen vroeger het boek hadden vastgehouden. Hij durfde niet hopen dat zijn moeder nog ergens bestond, want hij wist dat hij te oud was voor sprookjes, maar een enkel ogenblik stelde hij zich toch voor, dat zij nu misschien onzichtbaar aanwezig was tussen de vrouwen op de gaanderij en met de grote peinzende ogen van het portret op hem neerkeek. Toen duwde hij de gedachte gauw weg, want door de synagoge rolde de grote zware aanroep: ‘Hoor Israël, de Eeuwige onze God is een enig, eeuwig Wezen.’ Hij las weer gehoorzaam verder mee: ‘De God der wereld is onze Koning, Jacobs Rots, het Schild onzes heils door alle aeonen. Hij is bestendig, Zijn naam onveranderlijk, Zijn troon onwankelbaar.’

En later riepen al de mannenstemmen in een machtig ongeordend koor: ‘Heilig, heilig, heilig is de Eeuwige Zebaoth, de ganse aardbol is vervuld met Zijne heerlijkheid.’ Henri hoorde zijn eigen schellere stem meeroepen, hij wist wel niets helemaal zeker, maar het zou zo heerlijk zijn als God inderdaad zo was - als Hij inderdaad de hemel en de aarde regeerde naar Zijn machtige wil, zodat men er zich niet ontevreden of ongerust over hoefde te maken. Want Henri had zich de laatste tijd vaak onrustig voelen worden over alles wat er gebeurde om hem heen en hij rekende altijd nog een beetje op de hulp van God.

Maar toen het gebed was gesproken, was die hulp toch niets dichterbij gekomen, hij wist nog altijd niet of God het de moeite waard vond om zich te bemoeien met de mensen. Even voelde hij zijn buik verdrietig samentrekken, want als God zich toch niets aantrok van de wereld, kwam het er ook niet opaan hoe hij zijn parsje lajen-de. Maar toen hij opkeek uit het boek, zag hij opeens het gezicht van oom Eli, dat hem een paar maal opgewekt toeknikte uit een bank aan de overzij. Oom Eli had zijn vriendelijkste oogjes en hij was helemaal zo helder met zijn glimlach en zijn schoon linnen, dat Henri niet verder hoefde te denken en alleen nog maar blij

112

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.