Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



heid gegeven. De dames zagen altijd dingen waarom ze moesten lachen en Henri begreep best dat pa dan humeurig werd, want het was heel onplezierig om zoveel geld uit te geven voor kaarten als tante Julie toch overal gekheid mee maakte. Vooral omdat pa zei, dat deze feesten veel mooier waren dan het jubileum van de oude koning, dat hij zelf had meegemaakt in zijn jeugd. Maar toch vond Henri dat tante Julie eigenlijk gelijk had. In de historische optocht liepen zulke erg nagemaakte stadhouders en zeehelden mee en men zag duidelijk dat hun gevolg bestond uit gehuurde kruiers op platvoeten. Alles bleef vertoning. De verlichte gondels moesten afvaren in de regen, zodat men zeker wist dat het geen echte Ve-netiaanse nacht kon zijn en toen de koninginnen in de gouden koets naar het theater reden, zat het gevolg in gewone nette zwarte rijtuigen en zag men dadelijk dat het sprookje maar half was nagemaakt.

Maar vooral was hem tegengevallen, dat de mensen niet echt binnenin blij waren. Er werd wel gezongen en gehost en iedereen had pauweveren en kartonnen klappers om er anderen mee te kietelen of te slaan, maar men zag duidelijk dat het gewone lol was. Zelfs ’s avonds op de Dam, als de hossende troepen opeens op hun tenen gingen lopen en ‘ssst’ zeiden omdat het koninginnetje slapen moest, was dat alleen een gekke grap maar geen echte bezorgdheid. De kranten schreven wel dat het Nederlandse volk zo innig dankbaar en gelukkig was, maar Henri kon het nergens zien en hoewel hij het jammer vond, begreep hij dat de kranten meehielpen aan de vertoning.

Op de eerste ochtend na de feestweek, toen Henri op zijn nieuwe schoolweg over de Dam kwam, zag hij juist hoe de planten en bloemen die om Naatje hadden gestaan, weer werden opgeruimd. Hij merkte dat het hem helemaal niet speet, het was toch alles maar flauwe kul geweest. Toen hij ’s middags terugkwam waren ook de vlaggemasten weg, ze lagen als gewone palen op de grond, alleen de kaalgeruimde Naatje stond er nog. Hij vond haar net zo lelijk als een lege vlaggemast, maar hij ging nu toch eens kijken naar het opschrift op de voet van het monument, want om het opschrift moest Naatje natuurlijk blijven staan. Hij las consciëntieus alles wat er te lezen was. Op de voorzij naar het paleis stond: ‘Aan den volksgeest van 1830-1831’, dat betekende nog niet veel, want de kranten hadden de hele week ook al geschreven over de volksgeest en toch wist hij nog niet wat ze ermee bedoelden. Hij las verder: ‘de eer van Nederland, gehandhaafd door Vorst en Volk.’ Toen kwamen een paar jaartallen. Links stond: ‘5 October 1830, te Wapen’, nu zocht hij rechts ook naar zo iets en inderdaad

108

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.