rollen van de grote zee, duwde de baddrukte nog tegen hem aan. Midden in de nacht waren er in het hotel toch altijd nog deuren die open- en dichtgingen of kranen die liepen, en in de kamer naast hem werd soms gefluisterd en gelachen en soms gesnurkt. Dan ging hij wel eens op het balkonnetje staan, daar werd de nacht dan werkelijk stil, zo stil als de sterren. Maar hij durfde niet lang buiten blijven in de vochtige zeekilte en dat was jammer, want binnen leek alles daarna nog warmer en drukkender, het geparfumeerde luchtje van de zeep hing hinderlijk om het lauwe bed. ‘Scheveningen heeft je niet veel goed gedaan!’ zei Sellie, toen Henri weer voor haar stond in haar souterrain, wat langer en bruiner, maar even tenger als hij was gegaan. ‘Een beetje verbrand ben je, dat is alles. Het eten was zeker niet veel bijzonders daar in dat hotel!*
‘Jawel,’ zei Henri, ‘het was juist heel bijzonder. Allemaal Franse namen, en ik wist niet dat er zoveel smaakjes bestonden. Maar ik hou meer van wat jij kookt, geloof ik.’
‘Dat zal wel waar wezen,’ zei Sellie, ‘jij bent niet gewend aan die poespas. Hier heb ik wat voor je.’ Ze bood tussen duim en wijsvinger een goudbruin versgebakken viskoekje. Terwijl hij het voorzichtig opat met kleine hapjes, ging Sellie weer aan het werk, verschoof pannedeksels en kookgerei, liet een brede straal water kletteren in haar groentenemmer en stookte haar fornuispot op. Toen merkte Henri opeens dat ondanks al haar bezigheden, het bij Sellie in de keuken toch lang zo druk niet was, als aan zee in Scheveningen met madame Pion en tante Julie.
Na een paar dagen bemerkte hij ook, dat de kamers van het huis, die altijd precies waren geweest zoals ze moesten zijn, zich nu gingen vullen met de drukke onrust die hij kende uit Scheveningen. Behalve de keuken in het souterrain, waar wel eens haast was, maar geen ongedurigheid, leek het hele huis iedere dag te veranderen. De meubels stonden nooit op een vaste plaats en de schilderijen verwisselden van wand, het was alsof alles telkens anders werd geschikt om andere gebeurtenissen af te wachten. Niet dat er zulke bijzondere voorvallen plaats hadden, maar men had het gevoel dat erop werd gewacht.
Ook gebeurden de kleine dagelijkse belangrijkheidjes dadelijk al anders dan vroeger. Als mijnheer Godschalk na het eten nog een luchtje wilde scheppen, kwam nu een landauer op gummi met twee paarden. Er werden dineetjes gegeven met ijs van de banketbakker en een bloemist bracht tweemaal per week bloemen op abonnement. Een klein wit pluisballetje, een griffon, trippelde door gan
106