Henri van de overkant

Titel
Henri van de overkant

Jaar
1936

Druk
1963

Overig
5ed 1963

Pagina's
255



merkte hij wel dat de grote mensen champagne dronken voor hun eigen plezier en niet om zijn succes te vieren. Maar het hinderde niet erg.

Daarna werden de stores voor de ramen van de bovenverdiepingen neergelaten en ging men voor zes weken logeren in een badhotel bovenop de duinen in Scheveningen. Het was een vreemde tijd, daar in dat mondaine hotel, met de grote prachtige zee tegenover het ijzeren balkonhekje van zijn slaapkamer. Hij dacht wel, dat hij de zee nog veel heerlijker zou hebben gevonden als hij gewoon in een klein huis in het dorp had morgen wonen, omdat hij zich dan niet iedere dag tweemaal had moeten opknappen om aan tafel te zitten in een zaal waar het eten anderhalf uur duurde. Hij had in dat hotel eigenlijk nooit helemaal tijd voor de echte dingen. Eer zijn zandbergen of kanalen helemaal goed klaar waren, moest hij ze al overlaten aan andere jongens en er was ook nooit gelegenheid om eens rustig en plezierig te zitten tekenen. Telkens was er iets anders te doen. Voetenbankjes zoeken voor madame Pion en tante Julie, of naar het hotel lopen om dingen te halen die ze hadden vergeten. Ook werden er dikwijls gesprekken gevoerd, die hem het schetsboekje deden dichtmaken omdat hij het luisteren niet laten kon. De dames praatten over mensen die ze kenden in Parijs, waarmee allerlei dingen gebeurden die in Amsterdam raar zouden zijn, maar heel grappig nu ze erover spraken in het Frans. Hij kende al genoeg echte Franse woorden om alles te verstaan.

Vaak waren er ook andere mensen die erbij zaten en converseerden, allerlei kennissen van zijn vader, die hij vroeger nooit had gezien en die nu kwamen om voorgesteld te worden. Hij kon zien, dat men tante Julie iets heel bijzonders vond, - de keurige heren met hun witte panama’s en opgepunte snorren stonden glimlachend complimentjes te zeggen, die hij best begreep. Iets heel geks gebeurde toen de oude baron Cocke uit Den Haag, die eigenlijk voor de zaak kwam praten over een altaarpaneel, zo diep over tante Julie boog, dat het haakje van zijn lorgnet vastraakte in de tule langs haar corsage en madame Pion hem voorzichtig moest helpen loskomen. Het was toch niet helemaal om te lachen, want Henri had zijn vaders gezicht gezien dat rood en toch stijf stond, en later bracht pa de oude baron weg onder zijn arm en iedereen was stil geworden.

Ja, het waren vreemde weken. Soms stonden de sterren hoog aan een fonkelgroene lucht en de zee lag diep en ruisend daaronder, dan leunde Henri tegen het dunne balkonhekje en wist niet meer dat ergens ook nog iets anders was. Maar soms stond hij vastge

104

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.