hoerekind!” schreeuwde hij. Het kostte hem een tweede buil maar nu kwam mijn vriend tusschenbeide en mijn teugels grijpend, bracht hij mijn paard tot staan.
„Dat wordt een duel,” waarschuwde hij mij.
„Gaarne,” antwoordde ik hijgend van woede.
Maar het werd geen duel, zooals mijn vriend mij reeds den volgenden dag grijnzend kwam berichten. Toen de secondant van het baronne-tje op informatie was uitgegaan of ik vanwege mijn onbekende afkomst wel tot een duel kon worden gedaagd, had de kolonel hem persoonlijk begeleid tot den hertog.
„Het spijt mij Heeren,” had deze hun geantwoord, „maar ik geloof dat de cornet Jean den jongen baron geen satisfactie kan geven. Er is een te groot verschil in stand tusschen den cornet en een koopmanszoon.” En daarmee konden zij gaan.
Glimlachend vernam ik het verhaal, het prikkelde mijn nieuwsgierigheid, maar niet bovenmate. Want veel sterker prikkelde mij de opwindende woorden die de Hertog nog hieraan had toegevoegd: „Laten de heeren toch hun bloed sparen voor de komende campagne. In veertien dagen overschrijden wij de grens.”
Dit overstemde al het andere. Nu lag het aan mij om te toonen wat ik waard was. „Je meerde
90