De doolhof

Titel
De doolhof

Jaar
1940

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
222



spreken wij nog. Voor ieder mensch ligt een weg bereid waarlangs hij God kan naderen. Mijn weg was het bijstaan van zieken. Maar zooals ik zei, ook mij was die weg toen niet meer dan een dwaalweg. Zelfs toen ik u indertijd verwees naar Gods barmhartigheid, was die mijzelf nog slechts een hoop, geen zekerheid. Zoo vreemd gaat het met ons menschen. Ik sprak het woord tot u, maar het keerde tot mijzelf terug, want het was leeg en wilde gevuld worden. Toen ging ik waarlijk en in ernst zoeken naar de barmhartigheid Gods. Als antwoord kreeg ik de pokziekte, die mij naar het lichaam verwoestte.”

Ik hield mijn adem in. Zooals hij mij dit alles voordroeg, lag er waarlijk zin en wezen in de gebeurtenissen die hij mij meldde. Doch wat vermocht zin te geven aan de heillooze vernieling van zijn levend vleesch?

„Ik moest mijn werk opgeven en werd in het duister van mijn blindheid tegenover mijzelf gesteld. O, ik had het niet gemakkelijk, hoewel alle broeders en mijn superieuren mij mijn eigen barmhartigheid trouw terugbetaalden. Er waren er die dagenlang in de kapel voor mij baden, er waren ook geleerden onder, die mij allerhand gebedspractijken aanbevalen opdat ik rust mocht vinden. Maar ik was van eenvoudige boerenaf

216

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.