van wat ik deed. Ik begreep, na zooveel strijd en bloed te hebben gezien, dat ik mij moest laten leiden door vrede en barmhartigheid. En al doende volgens mijn inzicht, zag ik dat uit mijn werk zegen sproot, iets wat ik niet kon zeggen van mijn vroeger beroep.”
Hij knikte peinzend. „Ja. Ik had dus gekozen voor de barmhartigheid. Maar het was mensche-lijke barmhartigheid. Ik meende dat de wereld een paradijs zou zijn indien maar allen mijn vreedzamen weg volgden. Ik was nog zoo dom om te meenen dat Gods barmhartigheid op de mijne moest lijken.” Licht vermaakt schudde hij het hoofd.
„Toen bemerkte ik, dat God mij schijnbaar onbarmhartig ging behandelen. Ik zag mijn zieken sterven onder mijn handen, soms zelfs door mijn eigen schuld. Ik werd gekweld door een van mijn superieuren. Ik maakte een pestepidemie mee in Parijs en nog veel meer. Het maakte mij opstandig, zooals ook gij opstandig zijt, mijn zoon. Maar omdat ik eenmaal de werken van barmhartigheid had gekozen, kon ik overeind blijven en mijn weg gaan.”
„Ja,” zei ik, „zoo ik maar werken mocht, zou het leven mij lichter zijn. Maar ik ben een edelman en mag niet met handen arbeiden.”
„Er bestaat ook andere arbeid. Daarover
215