antwoord. Waarnaar had ik gezocht? De gan-sche lange weg van mijn leven lag voor mij open, ik zag mij gaan en zoeken, maar waarnaar? Deemoedig antwoordde ik:
„Vader, ik weet het niet. Ik meende in mijn jeugd, dat ik zekerheid zou vinden als ik wist van vader en voorvaderen, maar toen ik hen vond, stonden ze als schimmen om mij heen en wezen mij terug naar mijzelf. Ik heb eer en verantwoordelijkheid gezocht, maar alleen de allermachtigsten zijn waarlijk verantwoordelijk en zelfs zij weten soms niet waaraan of aan wien. Ik heb blijdschap gezocht in al wat de natuur wil geven en nog meen ik dat daar blijdschap te vinden is, maar niet die waarom ik u bijna benijden zou. En eens stond ik stil bij de allerlaatste vraag en zocht waarom ik hier en nu besta op deze wijze. Maar de vraag sleepte mij bijna tot in den waanzin. En nu ik u dit alles voorleg, komt het mij voor alsof ik mijn leven lang heb gezocht in een doolhof zonder nut of doel en er eeuwig in moeten blijven dwalen. Ik zweeg. „Ga verder,” zei hij „Er is geen verder,” hernam ik. „Elke stap die ik doe, ligt in dienzelfden doolhof. Ik zie onrecht en weet het niet te keeren. Ik zie mensche-lijk leed en ziekte en wanhoop en ik heb geen remedie.”
212