afgelegd, den graaf van Auzun iets kunnen schenken, dat hij niet heeft. Maar ik zal u gaarne op elke wijze van dienst zijn, zoo ge mij kunt zeggen hoe.”
Ik zweeg. Wat ik hem wilde vragen was te groot voor woorden. Ik verlangde te weten hoe hij blijmoedig kon leven zooals hij deed, maar daarachter verborg zich het nog veel hongeriger verlangen om te mogen leeren hoe ik deel kon hebben aan dezelfde kalme vreugde die hem bewoog. Want dit zag ik met eigen oogen, het was geen eigendom dat hij zichzelf had verworven, maar een onaardsch licht, dat zijn knokig en vergroeid lichaam doorglansde als ware het een albasten vaas.
,,Vader,” zei ik tenslotte, ,,ik weet geen dienst te vragen. Ik ben een eenzaam mensch en gewend om mijzelf te helpen. Al wat een ander geven kan, wordt waardeloos tusschen mijn handen. Maar misschien wilt ge mij zeggen hoe gij-zelf gekomen zijt tot dezen staat van vrede, die u eigen is. Hij verheugt ieder die u ontmoet, van den minsten lakei tot mijzelven.”
Hij luisterde nog lang nadat ik had gesproken. Toen zei hij: ,,Mijn zoon, ik heb slechts gezocht hoe ik vreedzaam kon leven. Waarnaar hebt gij gezocht?”
Ik keerde mij binnenwaarts voor het juiste
211