laten brengen waar ge wilt. Ik zou u graag wat langer houden."
Hij bedacht zich, maar ik drong aan en tenslotte beloofde hij een paar nachten onder mijn dak te zullen slapen. Overdag had hij zijn werk, maar de avonden zou hij gaarne met mij doorbrengen.
Den volgenden avond leidde ik hem door de tuinen, maar bij den kruidhof verwelkomde hij zoo oprecht zijn oude vrienden, dat ik hem bij de houten bank bracht opdat hij zich een oogen-blik kon neerzetten in hun geuren. Met zijn hand wees hij mij vanwaar de thym, de hysop en de kruizemunt hem hun groet zonden en hij genoot zoo klaarblijkelijk, dat ik mij naast hem zette en wij tot het duister tusschen al dat heilzaam maar onaanzienlijk kruid bleven. Den volgenden avond vroeg hij mij als gunst om hem weer naar dezelfde plek te brengen en zoo trokken wij avond na avond daarheen en toefden er tot ver na zonsondergang. Beiden zwijgzame menschen, wisselden wij slechts luttel woorden. Meestal schoof hij zijn rozenkrans of zat roerloos en, naar ik zag, aan de wereld onttrokken naast mij. Dan speurde ik voelbaar, zijn blijde rust, het was of zijn wezen zich vermengde met het mijne en mij doordrong met denzelfden stillen glimlach, dien ik hem vroeger van het ge
14 209