laatste en diepste bewegingen van mijn hart, haar subtiele geest was steeds bereid om mij met een enkel woord mijn eigen inzicht klaarder te maken. Juist in het onbloedig duel met de adellijke winstmakers bleek zij een toegewijd secondant en toen ik den degen liet zinken, was zij het die mij troostte met het uitzicht op een komend en wijzer geordend gemeenebest. Door alle eeuwen, zooals zij zeide, was de eenheid en broederschap van het menschelijk geslacht door enkele vaandeldragers hooggehouden en zeker zou eens de tijd komen, dat die groote idee voet op de aarde zette. In haar boudoir lagen nu Plato en Morus evenzeer te grijp als haar tapisserie en ik was haar dankbaar dat zij om mij te kunnen helpen haar lieve oogen over zooveel zwarte letters liet gaan. Doch haar woorden zelf drongen niet verder door dan mijn rede, ze namen niets weg van mijn teleurstelling, dat ikzelf nu, in dezen tijd, werd weerhouden om iets te doen voor mijn eigen boeren.
Het voorjaar kwam en ging, de appelbloesem ontlook en woei af. En op een zonnigen Mei-morgen, terwijl de vogels druk stroo sleepten voor hun nesten, liet ik mijn paard zadelen voor den tocht naar Bourgondie. Het was een vlucht. De gansche geurige, bloeiende aarde dreef mij tot de vrouw die ik liefhad; in moeilijke nachten
198