ontzeggen wat met baar geld wordt betaald. Toch werd mij na eenigen tijd een regeerings-missive gezonden om mij te wijzen op het feit dat het statuut van mijn leenplicht mij niet toestond om mijn onderhoorigen naar eigen goeddunken van hun plichten te ontlasten. Ik stond versteld, dat men te Versailles tijd en lust had om zich met de zaken van een provinciaal grondheer te bemoeien, maar door Madame d’ Ivry vernam ik, dat de naburige bezitters zich bij het Kabinet van Zijne Majesteit hadden beklaagd, wijl ik door mijn extravagante handelingen den geest van hun eigen volk bedierf. Zoo werd zelfs het weinige dat ik voor mijn boeren kon doen, aanleiding tot afmattend geharrewar en voortdurende ergenis. Had ik nog den aanvalsmoed van mijn twintigste jaar bezeten, stellig zou ik naar Versailles zijn gereisd om mijn zaak oog in oog met den betrokken machthebber uit te vechten. Maar in mijn tegenwoordigen ge-drukten staat vreesde ik het ambtelijk wespennest meer dan ooit. Dus droeg ik mijn rentmeesters op om ook zonder vasten regel met losser tucht den cyns te innen en meed zorgvuldig elke ontmoeting met hen die mij dit leed hadden aangedaan.
De eenige die ik in dien tijd bezocht, was Madame d’Ivry. Al kon ik haar niet spreken over de
197