De doolhof

Titel
De doolhof

Jaar
1940

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
222



aan het hoogste punt, waar het groote kruisbeeld der streek eenzaam in het maanlicht stond. Daar bleef ik staan en zag uit over de landerijen om mij heen. Alles behoorde mij, mij persoonlijk, Jean Louis Armand dAuzun. En toch hadden allen wien het niet behoorde, meer deel aan dit land dan ik. Zij lieten er hun kracht en hun zweet en als zij stierven, werden ze weer tot Normandische aarde. Ik echter zou worden bijgezet in den rotsigen grafkelder van Auzun en nooit had ik een droppel zweet verloren in dezen grond. Welk recht bad ik dan om hun kaars te offeren? Ik was een vreemdeling hier en overal.

Zoo stond ik en voelde mij armoediger nog dan te voren. Vreemd is dit, dacht ik. Zoo arm is nog nooit iemand geweest. Zoo alleen en zoo verdwaald als ik.

Maar verdergaand, zag ik de strakke slagschaduw van het kruisbeeld voor mij over den weg liggen. Onwillekeurig ging ik op zij, mijn voet weigerde op dit teeken te treden. En plotseling herinnerde ik mij, dat er grooter eenzaamheid bestond en had bestaan. Om dit beeld wond het volk geen zingende rijen, het lichtte de muts en ging verder. Deze eenzaamheid boven het wijde land was onvergelijkelijk veel grooter en smartelijker dan de mijne.

194

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.