In den nacht gingen wij samen den verren witten weg naar de kerk. Nergens wordt bij ons paard of koets benut om ter nachtmis te gaan, want in den Kerstnacht gaan zoowel heer als knecht te voet, zooals de herders gingen. In den omtrek der kerk naderden aan iederen zijweg de groepen boeren met hun volk, voorafgegaan door lantaarndragers, die al gaande hun oude cantieken zongen. Overal in het wijde land glommen de lichtjes, tot ze zich bij de kerk aaneen-rijden in een lang, glanzend snoer.
Ook ik ging te voet, voorafgegaan door tuinen stalknechts, maar Suzanne hield ik onder den arm, want de opgevroren sneeuw was glad voor oude voeten. Zoo liepen wij en als ik onder de muts van Suzanne keek, zag ik in de oogen van de trouw zelve.
De kerk wachtte, overvol. Toen ik de kasteel -bank betrad, rees rondom een gemurmel en gemompel of het volk wilde juichen of bidden, sommige gezichten glansden, anderen knikten nadrukkelijk hun goedkeuring. Ieder zag naar mij op. Maar ikzelf voelde mij klein en onwaardig. Zooveel liefde en waarvoor? Voor het bloote feit, dat ik met hen was omgegaan als een mensch met menschen? Ja. Zij waren al tevreden geweest, dat ze mij genegenheid mochten geven. Ik boog hoofd en knie en terwijl de mis
190