‘Ook bedankt, Johan nes,5 zegt Hodl en drukt zijn oudste de hand van man tot man, ‘ik hoor dat jouw jongens al bezig zijn voor je zilveren bruiloft, dat doet het goede voorbeeld. Adjé’. Hij steekt zijn hand op ten afscheid, maar moeder Resi volgt haar zoon door de Haus-flur, - er is toch niemand meer die haar nachtpon kan zien. De grote Hoftor is al gesloten maar het poortje in de rechterdeur staat nog aan, de zoon stapt naar buiten. Als hij omkijkt ziet hij zijn moeder in het halfduister nog maar als een witte vlek, doch hij weet dat ze nu staat te wuiven, dus wuift hij ook. Dan werpt hij een laatste blik op de gevel en zet de pas erin. Het was een drukke dag, maar hij is tevreden, hij heeft er zich met ere doorgeslagen.
Resi staat nog even te luisteren hoe zijn stappen dof en doffer terugklinken uit de straat, dan duwt ze het poortje dicht, maar Johannes heeft de sleutel en moet sluiten. Ja, nu is de gouden bruiloft ook al voorbij, ^ de laatste vierdag die een mens is toebedeeld, heeft ze achter de rug. Het geeft een leeg gevoel, er is nu niets meer om op te wachten, - alleen nog de laatste sacramenten, dan is het gebeurd. Resi schudt langzaam het hoofd, dan tast ze haar weg terug door de onverlichte Hausflur, afgaand op het schijnsel uit haar eigen kamers. Het is haast ongelooflijk, dat het hier zoëven nog zo luidruchtig en vol was, nu is de stilte des te beklemmender. Haar voet haakt in een ritselend serpentine-kluwen, ze struikelt, en haast zou ze gaan huilen, -wat drommel - ze wil niet huilen, morgen moet ze fiks zijn om de vuile boel te redderen.
Als ze de slaapkamer binnenkomt, loopt ze op tegen Johannes, - ‘wat zullen we nu hebben?’ vraagt ze. Want Johannes staat daar weer in de broek en de zwartlakense jas, die ze al in de vouwen over een stoel had 216