keel, ‘maar ik moet u eerst nog iets vertellen. Ik had het anders morgenochtend wel gedaan, maar misschien is het toch beter dat u het voor de nacht al weet, -u kon er eens last mee krijgen. Vanavond zijn hier een paar rechercheurs geweest -‘Rechercheurs?’ vraagt Hodl.
‘Ja, om die jongen van Jonathan.’
‘Mooi zo,’ zegt Hodl, - ‘maar dat verwondert me niet, die opruier is natuurlijk vooraan bij zijn kornuiten.
- Apen zijn het, de heren studenten, de broodkruimels steken ze, - die oude man loopt zijn benen week om zo’n jongen te laten studeren en wat krijgt hij voor zijn moeite? Oneer en ondank. - M'aar laat ik dat heer nog eens in mijn werkplaats treffen!’
‘U zult er hem vooreerst niet treffen, ze hebben hem geboeid meegenomen.5
‘Godallemachtig.’ Hodl zwijgt verschrikt. - Geboeid? maar dan steekt er meer achter dan een simpele studentenrei! Verontrust staart hij voor zich uit met opgerimpeld voorhoofd. Zijn wereld heeft plotseling een ander, een grimmiger aanzicht naar voren gewenteld,
- al de schokkende berichten die men 5s avonds zomaar leest in de krant, nemen beangstigend vorm en werkelijkheid aan. Zeker, hij heeft die berichten gezien en gelezen, jaar na jaar, de wereld is aan 5t veranderen en het nieuws waarover men zich vandaag ontzet, is morgen oud nieuws, een overbekend feit, er is alweer meer, erger gebeurd in die tijd. Maar het is en blijft alleen krantennieuws, men kan er zich toch niet helemaal ontdaan over voelen, - er is een groot verschil tussen dat gedrukte nieuws en de echte wereld. Als een van de kleine Bergmannetjes thuiskomt met een gat in ’t hoofd, is dat erger, dan dat de politie blijkbaar een paar demonstranten heeft doodgeschoten in 214