‘Probeert u het nog eens na het avondeten,’ raadt Maria aan. ‘Allicht soupeert hij met zijn familie op zo’n eerste dag, — en dan ziet u ook nog iets meer van onze gouden bruiloft, vanavond begint het plezier hier pas goed.’
‘Kan het dan nog erger?’ bromt Hunter.
‘Erger?’ vraagt Maria gekwetst en Haymaker haast zich te verzekeren dat hij dit opgewekt gezelschap bovenmate waardeert en niets liever zou wensen dan hier een uurtje door te brengen. ‘Maar natuurlijk,’ knikt Maria, ‘komt u vanavond maar kijken, dit is Alt-Wien zoals u het nooit op de planken te zien zult krijgen, - en als u dan een kleine attentie meebrengt voor de bruid, introduceer ik u als mijn gasten... ik zal ook nog iets ten beste geven.’
‘Dat is charmant,’ glimlacht Haymaker en is nu volkomen zeker dat hij van de uitnodiging geen gebruik zal maken. Dus zegt hij: ‘Als ik niet onverhoopt verhinderd ben, ziet u ons om een uur of negen wel verschijnen.’ ‘Goed zo,’ knikt Maria, - in haar actieve geest is al een plan gerijpt: ze zal Paul Wolük voorstellen aan deze mr. Haymaker, die carrière schijnt te hebben gemaakt.
‘Tot vanavond dan,’ zegt mr. Haymaker, overtuigd dat hij Maria Ritter tijdens dit leven niet meer terug zal zien.
‘Tot vanavond,’ bromt mr. Hunter, vastbesloten om Otto, de enige Wener waarmee hij tot dusver heeft kunnen praten, aan zijn verdere plannen dienstbaar te maken. ‘Teil mr. Wernizek we’ll look in again tonight.’
141