vegetarier moet zijn, maar Clara is het niet eens daarmee, de beweging is voor iedereen.
Wat beteekent toch „beweging”? Ik vroeg het aan Clara. Die meende dat het beteekent: gaan in de goede richting, ik geloof, dat ze er nog nooit over had nagedacht. Lientje zei: vooruitgang. Ik zei natuurlijk niets, want ik had het antwoord niet.
Maar toen ze weg waren, viel me in hoe moeder eens een dienstbode had, die telkens de kamers overhoop haalde om ze een beurt te geven. Moeder heeft haar opgezegd omdat ze zoo’n „beweging” maakte in huis.
Ik ben natuurlijk geen lid geworden van de Mensch-heidsunie. Ik zou wel graag het goede doen, als ik wist wat het goede was en dat het gedaan wilde worden. Ik zou ook wel graag mezelf willen vergeten, God, ik zou dankbaar zijn als ik mezelf mocht vergeten voor een ander.
Maar ik ben alleen, er is geen ander voor mij.
Het mocht niet. Ik mocht niet zoo droomen, ik mocht hem niet samendroomen met mij. Ik moet den droom vergeten.
Hij hoort wel bij me, maar anders, heel anders. Dit was heiligschennis. Ik mocht niet vergeten, dat ik naar God heb verlangd door hem heen.
Zoo was het. De sneeuwvlokken vielen langs het raam. Hij stond uit te zien aan het venster en droeg Jantje hoog op zijn arm, ik lag nog in bed om de bronchitis, maar we keken met z’n drieën naar de vlokken, die neerzweefden.
89