De wonderbare genezing

Titel
De wonderbare genezing

Jaar
1929

Druk
1929

Overig
1ed 1929

Pagina's
144



ze niet noodig te hebben. Eens zei ik: verdomd, tegen moeder. Het klonk zoo gek, dat ze niet boos werd en ik weer moest lachen.

Ze was toch een dame, moeder. Ze was veel fijner dan haar kennissen, daarom kwamen die zeker nog bij haar toen ze al zoo lang ziek was. Ze gaf het voorbeeld van een bescheiden, beschaafde zieke, ze kapte haar mooie witte haren tot het laatst en de kamer rook naar eau de cologne.

Het moet al haast een jaar geleden zijn, dat ze stierf. Februari.

26 Februari. Dan is het morgen al haar sterfdag. Ik had die dus kunnen vergeten! Daar schrik ik van. Nu moet ik ook nog bloemen halen, want morgen zijn alle winkels dicht en ik mag haar niet vergeten. Zij dacht zoo feilloos aan den sterfdag van Cor.

Op den weg naar het kerkhof gingen veel menschen met schaatsen, de grond was hol bevroren, alles weerkaatste, het tikken van de ijzers tegen elkander, de stevige stappen en de luide stemmen. Een stroom van menschen, die opgewekt praatten en lachten en elkaar bekeken om hun kleurige ijsplunje. De winterzon gaf licht aan de gezonde gezichten.

Ik liep tusschen hen in, met mijn bloemen, die beschut moesten worden tegen de ijskoude door een dubbel papier. Het was prettig om mee te loopen in den vroo-lijken optocht van menschen, die plezier hadden om hun vrijen dag. Ik vond het eigenlijk jammer toen het ijzeren hek voor me stond en ik uit den stroom moest wegwijken naar het leege kerkhof.








76

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.