om zou ik dan houden van de wereld? Daar is geen reden voor.
Ik ben bang voor de wereld. Ja. Er heeft voor mij nooit geluk gelegen in de dingen. Op zijn best waren ze onverschillig en zetten ze een scheiding tusschen mij en het andere. Maar meestal deden ze me pijn.
Ik houd niet van de dingen. En niet van de menschen. Het is heel erg, dat ik niet van de menschen houden kan, ze merken het en dan zien ze weg.
Van moeder heb ik niet gehouden. Zoo, het staat er. Ik wist, dat ze hebberig was. Met haar zachte oogen. Maar ik wilde het niet weten. Tot vandaag. Vandaag wil ik alles weten. Alles wat is. Want nu verdraag ik het niet langer.
Van moeder heb ik niet gehouden, niet echt. Ik had alles voor haar willen doen. Ik had willen doodgaan voor haar. Maar dat beteekent niets want het is niet erg om dood te gaan. Maar ik had niet een lang leven zonder einde willen leven met moeder.
En van Rob heb ik niet gehouden. Want voor hem had ik niet eens willen doodgaan.
Cor was een naar, zelfzuchtig kind. Dat heb ik altijd geweten, ook toen ik met moeder mee moest huilen omdat ze dood was.
Van niemand houd ik, van niemand. Van niemand om me heen. Niet van juffrouw de Groot, ik ken haar niet. Niet van Clara en Lientje, want ze zijn poppen, die zich etaleeren.
Vandaag schrijf ik alles op wat is. Ik kon nog niet haten. Maar nu haat ik die menschen in de kamer naast me. Omdat ze leven en elkaar vasthouden. Omdat ze
42