maar ze heeft natuurlijk haar vriend. Ik hoor haar lachen in de gang, zeker zegt hij iets grappigs, ze lacht tegenwoordig heel helder en vrij.
Ik heb niet meer zoo gelachen sinds moeder voor me zorgde. Maar ik ben nog wel dikwijls blij geweest. Eerst in dien warmen, hoopvollen tijd toen ik mocht praten tegen hem, toen ik dacht dat zijn oogen me begrepen. En ook als ik de dingen liet spreken door me heen, en de woorden onverwacht mooi werden. Dat was heerlijk. Toen kwam de angst en de onrust en later de ellende en de schaamte. Ik dacht, dat ik wel nooit meer lachen zou. En toch heb ik weer kunnen glimlachen in dezen laatsten tijd.
Er was juffrouw de Groot en de jongetjes. En Pedertje, mijn vriend. Pedertje vertelde, dat hij voor me bad, toen heb ik de liefde begrepen. Ik heb veel begrepen in deze twee jaren. En telkens als ik een nieuwe waarheid begreep, voelde ik den glimlach.
Ik heb ook begrepen waarom ik nog leven moest. Vandaag kan ik opschrijven, dat ik dankbaar ben omdat ik me niet heb doodgemaakt. Als ik was weggeloopen uit het leven, had ik dit mooie einde verzuimd. Dien avond in de bioscoop wilde ik ook eerst wegloopen, omdat ik niet kon aanzien hoe het meisje haar vingers scheurde in de doornhaag. Maar als ik was heengegaan, had ik het slot gemist, toen de mond van den koning zacht werd.
Nu heb ik gezien, dat het moeilijke leven zacht wordt. Het leven is geen tegenstander meer, het breekt zijn muren af. Ik ben niet bang meer voor het leven. Het is goed zooals het is, ik heb me overgegeven.
i3^