dat waar, zoo moet de wereld veranderen. Maar ik weet niets van den oorlog, alleen weet ik, dat moeder moeite had om vleesch te krijgen en melk genoeg voor Cor, en dat Rob was ingekwartierd bij een boer in Brabant, die tarwe smokkelde. En ook, dat Moeders maandgeld inkromp tot het verdwenen was. Verder weet ik niets van den oorlog omdat ik hem alleen ken uit de krant. Ik heb wel oorlogsfilms gezien, die zijn vreeselijk, maar als de film afgerold is, blijft het doek weer gewoon wit en later komen daarop de gekleurde advertenties. Zoo is natuurlijk niet de echte oorlog, die alles voor altijd verandert. Ik kan mij den oorlog niet voorstellen, omdat ik niet weet hoe hij raast en schroeit en omdat ik niet de pijn ken, waarvan men schreeuwen moet. Dus hoe kan ik nu een eigenbedacht oorlogje gebruiken omeerlijk te weten hoe ik kiezen moet ?
Voor mijzelf behoeft de wereld niet anders geregeld te worden. Want ik kan de wereld zoo wel aannemen. Ja. Iets is er toch, dat ik zou willen veranderen. Jantje moest een prettiger leventje hebben. Hij heeft een schooljuffrouw, die ontevreden op hem is omdat hij niet vlug genoeg kan zeggen wat hij weet. Ze vindt, dat hij zijn tafels moet kunnen „opspuiten,” en daarom ligt hij 's avonds zoo lang wakker in zijn bedje en telt op zijn vingers.
Zou het helpen als ik iemand kies, die het volksonderwijs wil verbeteren?
XII.
Toen ik vanmorgen naar het stembureau ging, wist ik eindelijk, welke partij ik kiezen zou. Maar toen ik in het
127