Ik ben blij, dat ik dit niet hoef te gelooven, ik zou buiten adem raken.
Clara komt tegenwoordig vaak bij me, nu Lientje is getrouwd. Het is ook wel moeilijk voor haar om alleen te wonen, ze wil zoo graag spreken en beantwoorden. Ze spreekt niet goed genoeg voor een vergadering, dat is haar groot verdriet. Maar ze kan wel heel verzekerd spreken tegen mij. Alleen is het jammer, dat ik zoo weinig kan tegenspreken.
Wanthetisnatuurlijkrechtvaardig, dat iedereen alles zelf verdienen moet van het leven. En dat het leven geen vrijaf geeft voor alles is uitgewerkt.
Maar als ze weg is, denk ik, dat het leven geen tuchtschool kan zijn.
VI.
Ik doe wel eens ontdekkingen. Als ik stil zit, met mijn handen in den schoot. Ik moet niet bewegen.
Het is heel heerlijk om een ontdekking te doen. Opeens wordt een waarheid helder en verlicht iets, dat nog niet kon worden begrepen.
Zoo heb ik straks weer iets ontdekt. Ik had nog niet begrepen waarom ik leefde. Maar nu ontdekte ik, dat de vraag niet deugde. Want ik leef niet, ik besta.
Behalve dat eene oogenblik, toen ik een mensch voelde, dicht bij me. Toen heb ik geleefd.
Maar moest ik ontstaan en bestaan voor dat eene oogenblik ?
VIL
Het is een heele eer, dat Pedertje van me houdt. Ik zou
119